BWBR0025958
Geldig vanaf 2022-02-15
Artikel 7.22
Binnenvaartregeling
1. Een aanvraag tot afgifte van een duplicaat wordt door de houder van het klein vaarbewijs ingediend bij de instantie die door de minister is belast met de afgifte van het klein vaarbewijs, onder vermelding van de reden.
2. De aanvrager wiens eerder uitgereikt klein vaarbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan, legt hieromtrent bij het indienen van zijn aanvraag een schriftelijke verklaring af.
3. Voor zover het klein vaarbewijs nog aanwezig is, wordt dit tegelijk met de aanvraag overgelegd.
4. Indien de houder van een verloren geraakt klein vaarbewijs dit weer tot zijn beschikking heeft gekregen, levert hij dit klein vaarbewijs onverwijld in bij de instantie die door de minister is belast met de afgifte van het klein vaarbewijs.
2. De aanvrager wiens eerder uitgereikt klein vaarbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan, legt hieromtrent bij het indienen van zijn aanvraag een schriftelijke verklaring af.
3. Voor zover het klein vaarbewijs nog aanwezig is, wordt dit tegelijk met de aanvraag overgelegd.
4. Indien de houder van een verloren geraakt klein vaarbewijs dit weer tot zijn beschikking heeft gekregen, levert hij dit klein vaarbewijs onverwijld in bij de instantie die door de minister is belast met de afgifte van het klein vaarbewijs.