BWBR0025958
Geldig vanaf 2022-02-15
Artikel 7.18
Binnenvaartregeling
1. Om voor de afgifte van een kwalificatiecertificaat schipper in aanmerking te komen:
a. heeft de aanvrager van ten minste 18 jaar oud een goedgekeurd opleidingsprogramma van ten minste drie jaar afgerond dat gebaseerd is op de competentienormen en onderwerpen genoemd in artikel 7.16, eerste lid, heeft de aanvrager een vaartijd van ten minste 360 dagen opgebouwd als onderdeel van het opleidingsprogramma of na afloop daarvan en is deze houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008;
b. beschikt de aanvrager van ten minste 18 jaar oud over de relevante verklaring, bedoeld in artikel 7.17, toont deze daarnaast aan dat een vaartijd is opgebouwd van ten minste 180 dagen in de functie stuurman en is de aanvrager houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008;
c. beschikt de aanvrager van ten minste 18 jaar oud over de relevante verklaring, bedoeld in artikel 7.17, toont deze daarnaast aan dat een vaartijd is opgebouwd van ten minste 540 dagen, die verminderd worden tot 180 dagen indien de aanvrager 500 dagen werkervaring aan boord van een zeeschip kan aantonen, en is de aanvrager houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008; of
d. heeft de aanvrager een door het CBR gecertificeerd opleidingsprogramma van ten minste anderhalf jaar afgerond dat gebaseerd is op de competentienormen en onderwerpen genoemd in artikel 7.16, eerste lid, heeft de aanvrager een vaartijd van ten minste 180 dagen opgebouwd als onderdeel van het opleidingsprogramma en ten minste 180 dagen na afloop daarvan, is de aanvrager houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008 en heeft de aanvrager voorafgaand aan de inschrijving voor het opleidingsprogramma vijf jaar werkervaring opgebouwd, 500 dagen werkervaring als dekbemanningslid op een zeeschip opgebouwd of een beroepsopleiding voltooid van ten minste drie jaar.
2. De volgende vaarbewijzen zijn tot en met 17 januari 2032 gelijkwaardige documenten zoals bedoeld in <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21 van het besluit</a>:
a. het beperkt groot vaarbewijs A en het groot vaarbewijs A voor de afgifte van het kwalificatiecertificaat schipper met de specifieke vergunning voor het varen op wateren van maritieme aard;
b. het beperkt groot vaarbewijs B en het groot vaarbewijs B voor de afgifte van het kwalificatiecertificaat schipper.
3. De opleidingsprogramma’s die gebaseerd zijn op de competentienormen en onderwerpen zoals genoemd in onderdeel 2 van bijlage II en rubriek 2 van tabel B van bijlage IV van Richtlijn 2017/2397zijn de opleidingsprogramma’s die resulteren in het diploma kapitein binnenvaart, schipper binnenvaart of bootman, zoals opgenomen in het Centraal Register Beroepsopleidingen onder de respectieve nummers 25612, 25611 en 25635.
a. heeft de aanvrager van ten minste 18 jaar oud een goedgekeurd opleidingsprogramma van ten minste drie jaar afgerond dat gebaseerd is op de competentienormen en onderwerpen genoemd in artikel 7.16, eerste lid, heeft de aanvrager een vaartijd van ten minste 360 dagen opgebouwd als onderdeel van het opleidingsprogramma of na afloop daarvan en is deze houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008;
b. beschikt de aanvrager van ten minste 18 jaar oud over de relevante verklaring, bedoeld in artikel 7.17, toont deze daarnaast aan dat een vaartijd is opgebouwd van ten minste 180 dagen in de functie stuurman en is de aanvrager houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008;
c. beschikt de aanvrager van ten minste 18 jaar oud over de relevante verklaring, bedoeld in artikel 7.17, toont deze daarnaast aan dat een vaartijd is opgebouwd van ten minste 540 dagen, die verminderd worden tot 180 dagen indien de aanvrager 500 dagen werkervaring aan boord van een zeeschip kan aantonen, en is de aanvrager houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008; of
d. heeft de aanvrager een door het CBR gecertificeerd opleidingsprogramma van ten minste anderhalf jaar afgerond dat gebaseerd is op de competentienormen en onderwerpen genoemd in artikel 7.16, eerste lid, heeft de aanvrager een vaartijd van ten minste 180 dagen opgebouwd als onderdeel van het opleidingsprogramma en ten minste 180 dagen na afloop daarvan, is de aanvrager houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008 en heeft de aanvrager voorafgaand aan de inschrijving voor het opleidingsprogramma vijf jaar werkervaring opgebouwd, 500 dagen werkervaring als dekbemanningslid op een zeeschip opgebouwd of een beroepsopleiding voltooid van ten minste drie jaar.
2. De volgende vaarbewijzen zijn tot en met 17 januari 2032 gelijkwaardige documenten zoals bedoeld in <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21 van het besluit</a>:
a. het beperkt groot vaarbewijs A en het groot vaarbewijs A voor de afgifte van het kwalificatiecertificaat schipper met de specifieke vergunning voor het varen op wateren van maritieme aard;
b. het beperkt groot vaarbewijs B en het groot vaarbewijs B voor de afgifte van het kwalificatiecertificaat schipper.
3. De opleidingsprogramma’s die gebaseerd zijn op de competentienormen en onderwerpen zoals genoemd in onderdeel 2 van bijlage II en rubriek 2 van tabel B van bijlage IV van Richtlijn 2017/2397zijn de opleidingsprogramma’s die resulteren in het diploma kapitein binnenvaart, schipper binnenvaart of bootman, zoals opgenomen in het Centraal Register Beroepsopleidingen onder de respectieve nummers 25612, 25611 en 25635.