BWBR0025958
Geldig vanaf 2022-02-15
Artikel 7.11
Binnenvaartregeling
1. De in bijlage 7.1genoemde buitenlandse bewijzen van vaarbekwaamheid worden erkend als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17, vierde lid, onderdeel a, van het besluit</a>.
2. Buitenlandse kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, specifieke vergunningen en vaartijdenboeken die in een andere EU-lidstaat zijn afgegeven overeenkomstig de eisen gesteld in richtlijn 2017/2397zijn geldig in plaats van de vergelijkbare vaardocumenten die geldig zijn op grond van deze regeling.
3. De in <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17, tweede lid, van het besluit</a>bedoelde, krachtens de Herziene Rijnvaartakte afgegeven, bewijzen van vaarbevoegdheid zijn:
a. een CCR-kwalificatiecertificaat schipper als bedoeld in artikel 11.01, eerste lid, van het Rsp of een krachtens artikel 20.03, eerste lid, van dat reglement geldig Rijnschipperspatent als gelijkwaardig aan het kwalificatiecertificaat schipper en het klein vaarbewijs;
b. het sportpatent als bedoeld in artikel 11.02, onder b, van het Rsp, als gelijkwaardig aan het klein vaarbewijs.
4. Buitenlandse bewijzen van vaarbevoegdheid die zijn erkend op grond van artikel 10, derde lid, van richtlijn 2017/2397gelden als erkend zoals bedoeld in <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17, vierde lid, onderdeel a, van het besluit</a>.
5. Buitenlandse bewijzen van kennis en bekwaamheid die zijn erkend op grond van artikel 10, derde lid, van richtlijn 2017/2397zijn geldig als vervanging van de vergelijkbare documenten die geldig zijn op grond van deze regeling.
2. Buitenlandse kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, specifieke vergunningen en vaartijdenboeken die in een andere EU-lidstaat zijn afgegeven overeenkomstig de eisen gesteld in richtlijn 2017/2397zijn geldig in plaats van de vergelijkbare vaardocumenten die geldig zijn op grond van deze regeling.
3. De in <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17, tweede lid, van het besluit</a>bedoelde, krachtens de Herziene Rijnvaartakte afgegeven, bewijzen van vaarbevoegdheid zijn:
a. een CCR-kwalificatiecertificaat schipper als bedoeld in artikel 11.01, eerste lid, van het Rsp of een krachtens artikel 20.03, eerste lid, van dat reglement geldig Rijnschipperspatent als gelijkwaardig aan het kwalificatiecertificaat schipper en het klein vaarbewijs;
b. het sportpatent als bedoeld in artikel 11.02, onder b, van het Rsp, als gelijkwaardig aan het klein vaarbewijs.
4. Buitenlandse bewijzen van vaarbevoegdheid die zijn erkend op grond van artikel 10, derde lid, van richtlijn 2017/2397gelden als erkend zoals bedoeld in <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17, vierde lid, onderdeel a, van het besluit</a>.
5. Buitenlandse bewijzen van kennis en bekwaamheid die zijn erkend op grond van artikel 10, derde lid, van richtlijn 2017/2397zijn geldig als vervanging van de vergelijkbare documenten die geldig zijn op grond van deze regeling.