BWBR0025958
Geldig vanaf 2022-02-15
Artikel 5.4
Binnenvaartregeling
1. Bij de exploitatiewijzen A1 en A2 zijn <a href="/wet/BWBR0030215/artikel/18.01" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18.01, tweede en derde lid, van het Rsp</a>en <a href="/wet/BWBR0030215/artikel/18.04" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18.04, vijfde lid, van het Rsp</a>van overeenkomstige toepassing.
2. Ten aanzien van een sleepschip dat niet zelfstandig vaart, en een schip waarvan de voortstuwing in een hecht samenstel door een schip of meer andere schepen wordt verzorgd, is <a href="/wet/BWBR0030215/artikel/18.01" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18.01, tweede en derde lid, van het Rsp</a>van overeenkomstige toepassing, indien het eerste lid in acht wordt genomen op het schip of de schepen die zorg dragen voor de voortstuwing van het hecht samenstel of het sleepschip.
2. Ten aanzien van een sleepschip dat niet zelfstandig vaart, en een schip waarvan de voortstuwing in een hecht samenstel door een schip of meer andere schepen wordt verzorgd, is <a href="/wet/BWBR0030215/artikel/18.01" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18.01, tweede en derde lid, van het Rsp</a>van overeenkomstige toepassing, indien het eerste lid in acht wordt genomen op het schip of de schepen die zorg dragen voor de voortstuwing van het hecht samenstel of het sleepschip.