BWBR0025958
Geldig vanaf 2022-02-15
Artikel 3.11
Binnenvaartregeling
1. De geldigheidsduur van het Uniebinnenvaartcertificaat, het aanvullend Uniebinnenvaartcertificaat en het certificaat van onderzoek bedraagt voor nieuwe schepen:
a. vijf jaar voor passagiersschepen en snelle schepen;
b. tien jaar voor andere binnenschepen.
2. De geldigheidsduur wordt in de in het eerste lid bedoelde certificaten aangetekend.
3. Voor binnenschepen die reeds vóór het onderzoek in bedrijf waren, stelt minister de geldigheidsduur van het certificaat voor elk geval afzonderlijk vast, afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek, doch niet langer dan in het eerste lid bepaald.
a. vijf jaar voor passagiersschepen en snelle schepen;
b. tien jaar voor andere binnenschepen.
2. De geldigheidsduur wordt in de in het eerste lid bedoelde certificaten aangetekend.
3. Voor binnenschepen die reeds vóór het onderzoek in bedrijf waren, stelt minister de geldigheidsduur van het certificaat voor elk geval afzonderlijk vast, afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek, doch niet langer dan in het eerste lid bepaald.