BWBR0025958
Geldig vanaf 2022-02-15
Artikel 2.10
Binnenvaartregeling
1. In afwijking van artikel 2.9maar onverminderd het negende lid van dat artikel, is op de schippers en machinisten op veerboten dit artikel van toepassing.
2. Een schipper:
a. voldoet aan de vereisten die op grond van artikel 2.9, tweede lid, onderdeel a tot en met c, worden gesteld aan een schipper; en
b. is in het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat met goed gevolg de opleiding Zoute Veren, nautische Module is gevolgd.
3. Een eerste machinist is ten minste 21 jaar en is in het bezit van:
a. een getuigschrift waaruit blijkt dat met goed gevolg is gevolgd: 1°. de zeevaartopleiding Maritiem Officier op MBO-4 of HBO niveau met een technische uitstroomrichting;
2°. de opleiding Maritiem Officier Kleine Schepen of Koopvaardij Officier Kleine Schepen, op ten minste MBO-3 niveau, met een technische of nautische uitstroomrichting, aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische module; of
3°. een technische opleiding op MBO-4 of HBO niveau aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische Module;
4°. een andere door de minister erkende opleiding;
1°. de zeevaartopleiding Maritiem Officier op MBO-4 of HBO niveau met een technische uitstroomrichting;
2°. de opleiding Maritiem Officier Kleine Schepen of Koopvaardij Officier Kleine Schepen, op ten minste MBO-3 niveau, met een technische of nautische uitstroomrichting, aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische module; of
3°. een technische opleiding op MBO-4 of HBO niveau aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische Module;
4°. een andere door de minister erkende opleiding;
b. een door de minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd; of
c. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 2.12.
4. Een tweede machinist is ten minste 19 jaar en is in het bezit van:
a. een getuigschrift waaruit blijkt dat met goed gevolg is gevolgd: 1°. de opleiding Maritiem Officier Kleine Schepen of Koopvaardij Officier Kleine Schepen, op MBO-3 niveau, met een technische of nautische uitstroomrichting;
2°. een technische opleiding op MBO-4 niveau; of
3°. een andere door de minister erkende opleiding;
1°. de opleiding Maritiem Officier Kleine Schepen of Koopvaardij Officier Kleine Schepen, op MBO-3 niveau, met een technische of nautische uitstroomrichting;
2°. een technische opleiding op MBO-4 niveau; of
3°. een andere door de minister erkende opleiding;
b. een door de minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd; of
c. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 2.12.
5. Voor de examens ter verkrijging van de diploma’s Zoute Veren Nautische Module of Technische Module, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, is een door de minister goedgekeurd examenreglement en examenprogramma van toepassing.
6. Een eerste machinist mag ook de functie tweede machinist uitoefenen.
7. Dekbemanningsleden die houder zijn van een kwalificatiecertificaat afgegeven door de bevoegde autoriteit in het buitenland overeenkomstig Richtlijn 2017/2397voor een functie genoemd in dit artikel voldoen aan de eisen voor die desbetreffende functie.
2. Een schipper:
a. voldoet aan de vereisten die op grond van artikel 2.9, tweede lid, onderdeel a tot en met c, worden gesteld aan een schipper; en
b. is in het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat met goed gevolg de opleiding Zoute Veren, nautische Module is gevolgd.
3. Een eerste machinist is ten minste 21 jaar en is in het bezit van:
a. een getuigschrift waaruit blijkt dat met goed gevolg is gevolgd: 1°. de zeevaartopleiding Maritiem Officier op MBO-4 of HBO niveau met een technische uitstroomrichting;
2°. de opleiding Maritiem Officier Kleine Schepen of Koopvaardij Officier Kleine Schepen, op ten minste MBO-3 niveau, met een technische of nautische uitstroomrichting, aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische module; of
3°. een technische opleiding op MBO-4 of HBO niveau aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische Module;
4°. een andere door de minister erkende opleiding;
1°. de zeevaartopleiding Maritiem Officier op MBO-4 of HBO niveau met een technische uitstroomrichting;
2°. de opleiding Maritiem Officier Kleine Schepen of Koopvaardij Officier Kleine Schepen, op ten minste MBO-3 niveau, met een technische of nautische uitstroomrichting, aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische module; of
3°. een technische opleiding op MBO-4 of HBO niveau aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische Module;
4°. een andere door de minister erkende opleiding;
b. een door de minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd; of
c. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 2.12.
4. Een tweede machinist is ten minste 19 jaar en is in het bezit van:
a. een getuigschrift waaruit blijkt dat met goed gevolg is gevolgd: 1°. de opleiding Maritiem Officier Kleine Schepen of Koopvaardij Officier Kleine Schepen, op MBO-3 niveau, met een technische of nautische uitstroomrichting;
2°. een technische opleiding op MBO-4 niveau; of
3°. een andere door de minister erkende opleiding;
1°. de opleiding Maritiem Officier Kleine Schepen of Koopvaardij Officier Kleine Schepen, op MBO-3 niveau, met een technische of nautische uitstroomrichting;
2°. een technische opleiding op MBO-4 niveau; of
3°. een andere door de minister erkende opleiding;
b. een door de minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd; of
c. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 2.12.
5. Voor de examens ter verkrijging van de diploma’s Zoute Veren Nautische Module of Technische Module, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, is een door de minister goedgekeurd examenreglement en examenprogramma van toepassing.
6. Een eerste machinist mag ook de functie tweede machinist uitoefenen.
7. Dekbemanningsleden die houder zijn van een kwalificatiecertificaat afgegeven door de bevoegde autoriteit in het buitenland overeenkomstig Richtlijn 2017/2397voor een functie genoemd in dit artikel voldoen aan de eisen voor die desbetreffende functie.