BWBR0025958
Geldig vanaf 2022-02-15
Artikel 12.4
Binnenvaartregeling
Ambtenaren die op het moment voor inwerkingtreding van de wet krachtens aanwijzing door de Minister bevoegd waren tot toezicht op de naleving of tot opsporing van het bepaalde bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0003443" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Binnenschepenwet</a>, de <a href="/wet/BWBR0006029" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart</a>, de <a href="/wet/BWBR0005319" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet vervoer binnenvaart</a>of de Herziene Rijnvaartakte, behouden die bevoegdheid tot 31 december 2009 of zoveel eerder als zij ingevolge hoofdstuk 10worden aangewezen onderscheidenlijk van hun bevoegdheid tot toezicht of opsporing worden ontheven.