BWBR0025912
Geldig vanaf 2010-06-16
Artikel 5
Buitengewoon opsporingsambtenaar van de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer van de gemeente Amsterdam 2009
1. Het Hoofd van de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer van de gemeente Amsterdam brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van het voorafgaande jaar werkzaam was binnen de dienst
b. De door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. De stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2. Het in het eerste lid van dit artikel genoemde verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 4van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, team BTR/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van het voorafgaande jaar werkzaam was binnen de dienst
b. De door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. De stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2. Het in het eerste lid van dit artikel genoemde verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 4van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, team BTR/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.