BWBR0025904
Geldig vanaf 2009-06-04
Artikel 12
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie BO SZW 2009
1. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door diens plaatsvervanger, het hoofd van de afdeling Bestuursadvies.
2. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de afdeling Bestuursadvies worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door het plaatsvervangend hoofd van de afdeling Bestuursadvies.
3. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de afdeling Coördinatie Departementale Stukken worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door het hoofd van de afdeling Kabinet.
4. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de afdeling Kabinet worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken, genoemd in artikel 5, onderdelen a tot en met d, waargenomen door de 1e medewerker Kabinet, en diens overige taken en bevoegdheden door het hoofd van de afdeling Coördinatie Departementale Stukken.
5. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van het bureau Beveiligingsambtenaar worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken, genoemd in artikel 6, waargenomen door diens plaatsvervangers.
2. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de afdeling Bestuursadvies worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door het plaatsvervangend hoofd van de afdeling Bestuursadvies.
3. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de afdeling Coördinatie Departementale Stukken worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door het hoofd van de afdeling Kabinet.
4. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de afdeling Kabinet worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken, genoemd in artikel 5, onderdelen a tot en met d, waargenomen door de 1e medewerker Kabinet, en diens overige taken en bevoegdheden door het hoofd van de afdeling Coördinatie Departementale Stukken.
5. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van het bureau Beveiligingsambtenaar worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken, genoemd in artikel 6, waargenomen door diens plaatsvervangers.