BWBR0025852
Geldig vanaf 2009-05-22
Artikel 6
Instellingsbesluit Adviescommissie Bezwaren Personeel SZW
1. De indiener van het bezwaarschrift dan wel diens vertegenwoordiger alsmede het bevoegde gezag dan wel diens vertegenwoordiger, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.
2. Het horen geschiedt door de voltallige commissie, bedoeld in artikel 3, zevende lid, tenzij deze het horen opdraagt aan de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter.
3. Van het in de gelegenheid stellen te worden gehoord kan worden afgezien indien:
a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;
b. het bezwaar kennelijk ongegrond is;
c. de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord;
d. de commissie op grond van de aan haar voorgelegde stukken tot het oordeel komt dat het bevoegde gezag dient te worden geadviseerd volledig aan het bezwaar tegemoet te komen.
2. Het horen geschiedt door de voltallige commissie, bedoeld in artikel 3, zevende lid, tenzij deze het horen opdraagt aan de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter.
3. Van het in de gelegenheid stellen te worden gehoord kan worden afgezien indien:
a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;
b. het bezwaar kennelijk ongegrond is;
c. de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord;
d. de commissie op grond van de aan haar voorgelegde stukken tot het oordeel komt dat het bevoegde gezag dient te worden geadviseerd volledig aan het bezwaar tegemoet te komen.