BWBR0025815
Geldig vanaf 2009-05-13
Artikel 10
Regeling voor het aanvragen van een startsubsidie of een subsidie veldinitiatief Passend onderwijs 2009–2011
1. Regionale netwerken die Passend onderwijs vormgeven binnen een veldinitiatief krijgen hiervoor jaarlijks een subsidie van:
a. € 15,30 per ingeschreven leerling in de basisscholen die participeren in het regionale netwerk en
b. € 15 per leerling ingeschreven in de scholen voor vo en in aoc’s of roc’s voor wat betreft het daaraan verbonden vmbo die participeren in het regionale netwerk.
2. De minister kent het beschikbare bedrag voor nieuwe veldinitiatieven toe in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. Als datum van ontvangst geldt de datum van ontvangst van een volledige aanvraag, of indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrechtin de gelegenheid wordt gesteld zijn aanvraag aan te vullen, de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld. Aanvragen worden pas in behandeling genomen als ze volledig zijn.
3. De beslissing over de aanvraag, bedoeld in artikel 8,derde lid, wordt door de minister binnen 8 weken na ontvangst bij de Dienst Uitvoering Onderwijs genomen.
4. De subsidie veldinitiatief, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks in één betaaltermijn beschikbaar gesteld op basis van de teldatum 1 oktober van het schooljaar ervoor. Bij de start van het veldinitiatief per 1 augustus wordt de subsidie voor een heel schooljaar verleend in augustus. Bij de start van het veldinitiatief per 1 januari wordt 7/12 evan het subsidiebedrag per schooljaar verleend in de maand januari. Het subsidiebedrag wordt in de daarop volgende schooljaren steeds in augustus verleend voor een geheel schooljaar.
5. Binnen drie maanden na het beëindigen van de activiteiten wordt een verslag van activiteiten door de Dienst Uitvoering Onderwijs ontvangen.
6. Het verslag van activiteiten bevat:
a. een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten
b. indien van toepassing een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en de beoogde resultaten zoals vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie.
7. De financiële verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie. Deze bepaling geldt ook indien de subsidieontvanger de rechtspersoon van het regionaal netwerk is.
8. Indien de activiteit drie maanden na toekenning niet is gestart, aanzienlijk wordt vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, informeert de subsidieontvanger de minister direct hierover.
9. Indien aan één van de voorwaarden in artikel 7 t/m 14van deze regeling niet wordt voldaan, kan het bedrag geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
a. € 15,30 per ingeschreven leerling in de basisscholen die participeren in het regionale netwerk en
b. € 15 per leerling ingeschreven in de scholen voor vo en in aoc’s of roc’s voor wat betreft het daaraan verbonden vmbo die participeren in het regionale netwerk.
2. De minister kent het beschikbare bedrag voor nieuwe veldinitiatieven toe in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. Als datum van ontvangst geldt de datum van ontvangst van een volledige aanvraag, of indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrechtin de gelegenheid wordt gesteld zijn aanvraag aan te vullen, de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld. Aanvragen worden pas in behandeling genomen als ze volledig zijn.
3. De beslissing over de aanvraag, bedoeld in artikel 8,derde lid, wordt door de minister binnen 8 weken na ontvangst bij de Dienst Uitvoering Onderwijs genomen.
4. De subsidie veldinitiatief, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks in één betaaltermijn beschikbaar gesteld op basis van de teldatum 1 oktober van het schooljaar ervoor. Bij de start van het veldinitiatief per 1 augustus wordt de subsidie voor een heel schooljaar verleend in augustus. Bij de start van het veldinitiatief per 1 januari wordt 7/12 evan het subsidiebedrag per schooljaar verleend in de maand januari. Het subsidiebedrag wordt in de daarop volgende schooljaren steeds in augustus verleend voor een geheel schooljaar.
5. Binnen drie maanden na het beëindigen van de activiteiten wordt een verslag van activiteiten door de Dienst Uitvoering Onderwijs ontvangen.
6. Het verslag van activiteiten bevat:
a. een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten
b. indien van toepassing een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en de beoogde resultaten zoals vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie.
7. De financiële verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie. Deze bepaling geldt ook indien de subsidieontvanger de rechtspersoon van het regionaal netwerk is.
8. Indien de activiteit drie maanden na toekenning niet is gestart, aanzienlijk wordt vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, informeert de subsidieontvanger de minister direct hierover.
9. Indien aan één van de voorwaarden in artikel 7 t/m 14van deze regeling niet wordt voldaan, kan het bedrag geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.