BWBR0025798
Geldig vanaf 20-10-2025
Artikel 1
Regeling voertuigen
De geometrische zichtbaarheid van de achterretroreflectoren, achterrichtingaanwijzers, stoplichten en achterlichten op een bijzondere bromfiets is dusdanig dat de verlichting waarneembaar is voor een waarnemer die zich bevindt (zie figuur 1):
a. op een horizontale lijn, loodrecht en gecentreerd ten opzichte van de lengteas van het voertuig (lijn-Z), waarvan: 1°. het middelpunt is gelegen op een afstand van 25 m ten opzichte van het achterste punt van het voertuig;
2°. de lengte 13,4 m is, vermeerderd met de breedte van het voertuig in meters tot één decimaal nauwkeurig; en
1°. het middelpunt is gelegen op een afstand van 25 m ten opzichte van het achterste punt van het voertuig;
2°. de lengte 13,4 m is, vermeerderd met de breedte van het voertuig in meters tot één decimaal nauwkeurig; en
b. op een hoogte tussen 1,00 m en 2,20 m boven het wegdek.
Figuur 1. De geometrische zichtbaarheid van de verlichting op de achterkant van een bijzondere bromfiets
a. op een horizontale lijn, loodrecht en gecentreerd ten opzichte van de lengteas van het voertuig (lijn-Z), waarvan: 1°. het middelpunt is gelegen op een afstand van 25 m ten opzichte van het achterste punt van het voertuig;
2°. de lengte 13,4 m is, vermeerderd met de breedte van het voertuig in meters tot één decimaal nauwkeurig; en
1°. het middelpunt is gelegen op een afstand van 25 m ten opzichte van het achterste punt van het voertuig;
2°. de lengte 13,4 m is, vermeerderd met de breedte van het voertuig in meters tot één decimaal nauwkeurig; en
b. op een hoogte tussen 1,00 m en 2,20 m boven het wegdek.
Figuur 1. De geometrische zichtbaarheid van de verlichting op de achterkant van een bijzondere bromfiets
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025798
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl