BWBR0025736
Geldig vanaf 2009-04-24
Artikel 9
Regeling stimulering aanpassing huisvesting brede scholen 2009
1. Bij onvoldoende middelen voor alle aanvragen die geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van deze regeling worden binnen de verschillende categorieën gemeentegrootte, onderstaande criteria in aflopende volgorde doorlopen. Per categorie worden op deze wijze zoveel van de aanvragen geselecteerd, dat het op basis van artikel 6bepaalde plafond per categorie niet wordt overschreden.
In eerste instantie wordt gekeken of er sprake is van een bijdrage van zowel publieke als private partijen. Indien er na deze selectie onvoldoende middelen zijn om alle gerankte aanvragen te honoreren is vervolgens het criterium van cofinanciering doorslaggevend. Indien er sprake is van gelijkscorende gevallen, komen de overige criteria in aflopende volgorde aan de orde tot er een keus kan worden gemaakt.
De criteria zijn derhalve:
a. er is sprake van een financieringsconstructie waarbij zowel publieke als private partijen bijdragen aan de realisatie van de multifunctionele huisvesting;
b. de totale eigen bijdrage (dus de som van het gemeentelijke en private aandeel) is procentueel hoger dan die in vergelijking tot de eigen bijdrage van andere gemeenten. Voor de vaststelling van dit percentage vindt een rekenkundige afronding op twee decimalen achter de komma plaats;
c. er is sprake van projecten die betrekking hebben op het (meer) functioneel maken van een brede school in verband met tussenschoolse opvang;
d. het aantal sectoren (zoals onderwijs, sport, cultuur, welzijn, opvang en zorg) die betrokken zijn bij de brede school en profijt hebben van de aanpassing, is groter;
e. er is sprake van een innovatieve financieringsconstructie.
2. Indien op basis van de in het eerste lid genoemde criteria niet kan worden geselecteerd wordt tenslotte gekeken naar de volgorde van binnenkomst van de aanvragen waarbij voorrang wordt verleend aan de aanvraag die het eerst is binnengekomen, met dien verstande, dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling door CFI is ontvangen als datum van binnenkomst geldt.
In eerste instantie wordt gekeken of er sprake is van een bijdrage van zowel publieke als private partijen. Indien er na deze selectie onvoldoende middelen zijn om alle gerankte aanvragen te honoreren is vervolgens het criterium van cofinanciering doorslaggevend. Indien er sprake is van gelijkscorende gevallen, komen de overige criteria in aflopende volgorde aan de orde tot er een keus kan worden gemaakt.
De criteria zijn derhalve:
a. er is sprake van een financieringsconstructie waarbij zowel publieke als private partijen bijdragen aan de realisatie van de multifunctionele huisvesting;
b. de totale eigen bijdrage (dus de som van het gemeentelijke en private aandeel) is procentueel hoger dan die in vergelijking tot de eigen bijdrage van andere gemeenten. Voor de vaststelling van dit percentage vindt een rekenkundige afronding op twee decimalen achter de komma plaats;
c. er is sprake van projecten die betrekking hebben op het (meer) functioneel maken van een brede school in verband met tussenschoolse opvang;
d. het aantal sectoren (zoals onderwijs, sport, cultuur, welzijn, opvang en zorg) die betrokken zijn bij de brede school en profijt hebben van de aanpassing, is groter;
e. er is sprake van een innovatieve financieringsconstructie.
2. Indien op basis van de in het eerste lid genoemde criteria niet kan worden geselecteerd wordt tenslotte gekeken naar de volgorde van binnenkomst van de aanvragen waarbij voorrang wordt verleend aan de aanvraag die het eerst is binnengekomen, met dien verstande, dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling door CFI is ontvangen als datum van binnenkomst geldt.