BWBR0025733
Geldig vanaf 2009-04-25
Artikel 7
Subsidieregeling onderwijstijdverlenging basisonderwijs
1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen per tranche, bedoeld in artikel 6, op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 lid 3.
2. De aanvragen worden onderverdeeld in categorieën van activiteiten waarbinnen de aanvragen vergeleken worden. Deze categorieën zijn:
1° zomerschool;
2° weekendschool;
3° verlengde schooldag.
3. Binnen de categorieën worden aan de aanvragen punten toegekend op basis van de volgende criteria:
1° de beoogde doelgroep wordt bereikt en gemotiveerd tot deelname gedurende meerdere schooljaren;
2° het project heeft een duurzaam positief effect op de prestaties van de deelnemende leerlingen;
3° er is aansluiting bij het bestaande curriculum van met name taal en rekenen en er wordt verrijkende leerstof aangeboden in de extra onderwijstijd;
4° de geplande activiteiten zijn uitvoerbaar en haalbaar;
5° de taakverdeling tussen de partijen in het samenwerkingsverband is toepasselijk en heeft oog voor de doorlopende leerlijn van primair naar voortgezet onderwijs;
6° de rol van de gemeente is duidelijk en biedt een meerwaarde in het project;
7° de aanpak in het project is wijkgericht, dan wel gericht op een brede, integrale aanpak;
8° het project bevat een goed evaluatieplan met procesevaluatie en resultaatmetingen;
9° de begroting is gebaseerd op een realistische inschatting van kosten.
4. Voor ieder criterium kunnen maximaal tien punten toegekend worden. Na beoordeling wordt per aanvraag de totaalscore berekend. Binnen iedere categorie worden minimaal de vier aanvragen op basis van de hoogste score toegekend.
5. Indien sprake is van een gelijke score zal voor de toekenning een goede landelijke spreiding van projecten en evenwichtige spreiding op basis van het inwonertal van de gemeenten doorslaggevend zijn in het bepalen van de rangorde van toekenning.
6. Niet volledig ingevulde aanvragen worden afgewezen.
2. De aanvragen worden onderverdeeld in categorieën van activiteiten waarbinnen de aanvragen vergeleken worden. Deze categorieën zijn:
1° zomerschool;
2° weekendschool;
3° verlengde schooldag.
3. Binnen de categorieën worden aan de aanvragen punten toegekend op basis van de volgende criteria:
1° de beoogde doelgroep wordt bereikt en gemotiveerd tot deelname gedurende meerdere schooljaren;
2° het project heeft een duurzaam positief effect op de prestaties van de deelnemende leerlingen;
3° er is aansluiting bij het bestaande curriculum van met name taal en rekenen en er wordt verrijkende leerstof aangeboden in de extra onderwijstijd;
4° de geplande activiteiten zijn uitvoerbaar en haalbaar;
5° de taakverdeling tussen de partijen in het samenwerkingsverband is toepasselijk en heeft oog voor de doorlopende leerlijn van primair naar voortgezet onderwijs;
6° de rol van de gemeente is duidelijk en biedt een meerwaarde in het project;
7° de aanpak in het project is wijkgericht, dan wel gericht op een brede, integrale aanpak;
8° het project bevat een goed evaluatieplan met procesevaluatie en resultaatmetingen;
9° de begroting is gebaseerd op een realistische inschatting van kosten.
4. Voor ieder criterium kunnen maximaal tien punten toegekend worden. Na beoordeling wordt per aanvraag de totaalscore berekend. Binnen iedere categorie worden minimaal de vier aanvragen op basis van de hoogste score toegekend.
5. Indien sprake is van een gelijke score zal voor de toekenning een goede landelijke spreiding van projecten en evenwichtige spreiding op basis van het inwonertal van de gemeenten doorslaggevend zijn in het bepalen van de rangorde van toekenning.
6. Niet volledig ingevulde aanvragen worden afgewezen.