BWBR0025722
Geldig vanaf 2009-04-25
Artikel 3
Volmacht- en mandaatbesluit secretaris Adviescollege toetsing administratieve lasten 2009
1. Aan de secretaris wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle bedrijfsvoeringaangelegenheden, binnen het kader van het jaarplan en binnen door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal of de algemene leiding van het directoraat-generaal van de Rijksbegroting gegeven richtlijnen en behoudens de bepalingen in het Organisatie- en mandaatbesluit ministerie van Financiën.
2. Aan de directeur-generaal van de Rijksbegroting is voorbehouden het nemen, afdoen en ondertekenen van besluiten aangaande:
a. alle beslissingen betreffende de plaatsing, ontslag en bezoldiging van medewerkers vanaf schaal 14, behoudens het bepaalde in artikel 20 van het Organisatie- en mandaatbesluit ministerie van Financiën;
b. vaststellen van de formatie;
c. bijzondere aanstelling in tijdelijke dienst (artikel 6a ARAR);
d. (tijdelijke) plaatsing in het buitenland;
e. bezoldigingsbeslissingen op basis van artikel 8 en artikel 22a BBRA met uitzondering van de toekenning van incidentele beloningen voor bijzondere prestaties;
f. disciplinaire maatregelen (hoofdstuk 8 ARAR);
g. schadeloosstelling (artikel 69 ARAR);
h. reorganisatieontslag (artikel 96 ARAR);
i. vertrekregelingen;
j. ontslag op andere gronden (artikel 99 ARAR).
3. De secretaris heeft het mandaat tot het afdoen en ondertekenen van besluiten aangaande:
a. vaststelling feitelijk opgedragen functie;
b. (verlengde) aanstellingsbesluiten;
c. ver- en herplaatsing;
d. tijdelijk opdragen van andere werkzaamheden;
e. toekennen extra periodieke verhoging;
f. onthouden van een periodieke verhoging;
g. wijziging van een salarisschaal;
h. incidentele beloning voor bijzondere prestaties;
i. korting bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid.
4. De ondertekening van stukken betrekking hebbend op de in dit artikel bedoelde aangelegenheden zal luiden als volgt:
DE MINISTER VAN FINANCIËN,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door de naam en functie van de gemandateerde functionaris.
2. Aan de directeur-generaal van de Rijksbegroting is voorbehouden het nemen, afdoen en ondertekenen van besluiten aangaande:
a. alle beslissingen betreffende de plaatsing, ontslag en bezoldiging van medewerkers vanaf schaal 14, behoudens het bepaalde in artikel 20 van het Organisatie- en mandaatbesluit ministerie van Financiën;
b. vaststellen van de formatie;
c. bijzondere aanstelling in tijdelijke dienst (artikel 6a ARAR);
d. (tijdelijke) plaatsing in het buitenland;
e. bezoldigingsbeslissingen op basis van artikel 8 en artikel 22a BBRA met uitzondering van de toekenning van incidentele beloningen voor bijzondere prestaties;
f. disciplinaire maatregelen (hoofdstuk 8 ARAR);
g. schadeloosstelling (artikel 69 ARAR);
h. reorganisatieontslag (artikel 96 ARAR);
i. vertrekregelingen;
j. ontslag op andere gronden (artikel 99 ARAR).
3. De secretaris heeft het mandaat tot het afdoen en ondertekenen van besluiten aangaande:
a. vaststelling feitelijk opgedragen functie;
b. (verlengde) aanstellingsbesluiten;
c. ver- en herplaatsing;
d. tijdelijk opdragen van andere werkzaamheden;
e. toekennen extra periodieke verhoging;
f. onthouden van een periodieke verhoging;
g. wijziging van een salarisschaal;
h. incidentele beloning voor bijzondere prestaties;
i. korting bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid.
4. De ondertekening van stukken betrekking hebbend op de in dit artikel bedoelde aangelegenheden zal luiden als volgt:
DE MINISTER VAN FINANCIËN,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door de naam en functie van de gemandateerde functionaris.