BWBR0025667
Geldig vanaf 2009-04-16
Artikel 7
Tijdelijke regeling stroomstootwapens
1. Onverminderd de Regeling toetsing geweldbeheersing politieis de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningseenheid bevoegd tot het gebruik van het stroomstootwapen, indien hij daartoe de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen opleiding heeft doorlopen en de bijbehorende toets met voldoende resultaat heeft afgelegd.
2. De korpsbeheerder, dan wel de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor zover het ambtenaren van het Korps landelijke politiediensten betreft, dragen er zorg voor dat een ambtenaar van de politie slechts over een stroomstootwapen beschikt:
a. indien hij tot het gebruik ervan bevoegd is;
b. ten behoeve van het volgen van een opleiding; of
c. ten behoeve van het vervoer van een stroomstootwapen.
2. De korpsbeheerder, dan wel de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor zover het ambtenaren van het Korps landelijke politiediensten betreft, dragen er zorg voor dat een ambtenaar van de politie slechts over een stroomstootwapen beschikt:
a. indien hij tot het gebruik ervan bevoegd is;
b. ten behoeve van het volgen van een opleiding; of
c. ten behoeve van het vervoer van een stroomstootwapen.