BWBR0025612
Geldig vanaf 2009-04-10
Artikel 9
Besluit instelling Stuurgroep en commissies pilot commissies verplichte ggz
1. Er is een commissie in elk van de vier arrondissementen Groningen, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.
2. Deze commissies hebben tot taak:
a. hoorzittingen te houden met: – personen waarvan het redelijke vermoeden bestaat dat zij op grond van een rechterlijke uitspraak in een psychiatrisch ziekenhuis worden opgenomen of daar reeds verblijven op grond van een rechterlijke uitspraak, en
– personen uit de omgeving van de hiervoor bedoelde personen, bedoeld in artikel 3, onder b, c, e, f en g van het privacyreglement dat in de bij deze regeling behorende bijlage I is opgenomen.
– personen waarvan het redelijke vermoeden bestaat dat zij op grond van een rechterlijke uitspraak in een psychiatrisch ziekenhuis worden opgenomen of daar reeds verblijven op grond van een rechterlijke uitspraak, en
– personen uit de omgeving van de hiervoor bedoelde personen, bedoeld in artikel 3, onder b, c, e, f en g van het privacyreglement dat in de bij deze regeling behorende bijlage I is opgenomen.
b. advies op te stellen inzake een aan de commissie voorgelegde casus, ten behoeve van de rechter, de geneesheer-directeur of de behandelaar bij de uitvoering van diens taken of bevoegdheden krachtens de Wet bopz;
c. in ieder geval maandelijks te rapporteren aan de Stuurgroep over de onder a en b bedoelde taken. Deze rapportage bevat geen gegevens die herleidbaar zijn tot individuele patiënten of personen uit hun omgeving.
3. De commissies beperken zich tijdens de pilot tot personen die hun uitdrukkelijke toestemming voor de in het tweede lid bedoelde taak hebben gegeven en:
a. jegens wie een beslissing van de rechter tot afgifte van een machtiging op grond van de Wet bopz zal worden genomen, of redelijkerwijs kan worden verwacht dat jegens hen een dergelijke beslissing zal worden genomen; of
b. jegens wie de geneesheer-directeur een beslissing krachtens artikel 38c of artikel 49 van de Wet bopz zal nemen.
4. De selectie van personen als bedoeld in het derde lid geschiedt onder de verantwoordelijkheid van de geneesheer-directeur van de psychiatrische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet bopz, in het desbetreffende arrondissement.
2. Deze commissies hebben tot taak:
a. hoorzittingen te houden met: – personen waarvan het redelijke vermoeden bestaat dat zij op grond van een rechterlijke uitspraak in een psychiatrisch ziekenhuis worden opgenomen of daar reeds verblijven op grond van een rechterlijke uitspraak, en
– personen uit de omgeving van de hiervoor bedoelde personen, bedoeld in artikel 3, onder b, c, e, f en g van het privacyreglement dat in de bij deze regeling behorende bijlage I is opgenomen.
– personen waarvan het redelijke vermoeden bestaat dat zij op grond van een rechterlijke uitspraak in een psychiatrisch ziekenhuis worden opgenomen of daar reeds verblijven op grond van een rechterlijke uitspraak, en
– personen uit de omgeving van de hiervoor bedoelde personen, bedoeld in artikel 3, onder b, c, e, f en g van het privacyreglement dat in de bij deze regeling behorende bijlage I is opgenomen.
b. advies op te stellen inzake een aan de commissie voorgelegde casus, ten behoeve van de rechter, de geneesheer-directeur of de behandelaar bij de uitvoering van diens taken of bevoegdheden krachtens de Wet bopz;
c. in ieder geval maandelijks te rapporteren aan de Stuurgroep over de onder a en b bedoelde taken. Deze rapportage bevat geen gegevens die herleidbaar zijn tot individuele patiënten of personen uit hun omgeving.
3. De commissies beperken zich tijdens de pilot tot personen die hun uitdrukkelijke toestemming voor de in het tweede lid bedoelde taak hebben gegeven en:
a. jegens wie een beslissing van de rechter tot afgifte van een machtiging op grond van de Wet bopz zal worden genomen, of redelijkerwijs kan worden verwacht dat jegens hen een dergelijke beslissing zal worden genomen; of
b. jegens wie de geneesheer-directeur een beslissing krachtens artikel 38c of artikel 49 van de Wet bopz zal nemen.
4. De selectie van personen als bedoeld in het derde lid geschiedt onder de verantwoordelijkheid van de geneesheer-directeur van de psychiatrische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet bopz, in het desbetreffende arrondissement.