BWBR0025606
Geldig vanaf 2009-04-05
Artikel 10
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie AI Arbeidsomstandigheden 2009
1. Aan de managers inspectie, de manager strategie en het hoofd van de afdeling Expertisecentrum wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op personeelsaangelegenheden ten behoeve van medewerkers van de eigen organisatorische eenheid, met uitzondering van het vaststellen van beoordelingen en bijzondere beloningen van rechtstreeks onder hen resorterende teamleiders.
2. Aan het hoofd van de afdeling Algemene Taken en de teamleiders, bedoeld in de artikelen 4, derde lid, 5, derde lid, 6, derde lid, en 7, derde lid, wordt mandaat en machtiging verleend ten behoeve van medewerkers van de eigen organisatorische eenheid met betrekking tot:
a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van manager-medewerker gesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
3. De functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, zijn gevolmachtigd tot het aangaan van de volgende privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van het eigen organisatieonderdeel:
a. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de levering van goederen en diensten op basis van een door de directie Bedrijfsvoering afgesloten raamovereenkomst;
b. het afsluiten van koop-, huur- en leaseovereenkomsten met een waarde van ten hoogste € 20.000,– per overeenkomst;
c. het aangaan van overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers welke voortvloeien uit het vastgestelde opleidingsplan voor de directie AI Arbeidsomstandigheden.
2. Aan het hoofd van de afdeling Algemene Taken en de teamleiders, bedoeld in de artikelen 4, derde lid, 5, derde lid, 6, derde lid, en 7, derde lid, wordt mandaat en machtiging verleend ten behoeve van medewerkers van de eigen organisatorische eenheid met betrekking tot:
a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van manager-medewerker gesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
3. De functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, zijn gevolmachtigd tot het aangaan van de volgende privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van het eigen organisatieonderdeel:
a. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de levering van goederen en diensten op basis van een door de directie Bedrijfsvoering afgesloten raamovereenkomst;
b. het afsluiten van koop-, huur- en leaseovereenkomsten met een waarde van ten hoogste € 20.000,– per overeenkomst;
c. het aangaan van overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers welke voortvloeien uit het vastgestelde opleidingsplan voor de directie AI Arbeidsomstandigheden.