BWBR0025574
Geldig vanaf 2009-04-01
Artikel 3
Instellingsbesluit Commissie maatschappelijke dialoog nanotechnologie
1. De commissie werkt transparant en zorgt voor communicatie van haar activiteiten naar de Nederlandse samenleving, in elk geval met een eigen website.
2. De commissie zorgt met het gereed komen van de publieke agenda voor de organisatie en invulling van een herkenbaar startmoment van de maatschappelijke dialoog in de vorm van een evenement.
3. De commissie brengt uiterlijk op 15 september 2009 een publieke agenda uit aan de minister en maakt deze agenda openbaar.
4. De commissie brengt vóór 15 mei 2010 een schriftelijke tussenrapportage uit aan de minister.
5. De commissie brengt vóór 1 januari 2011 haar schriftelijke eindrapport uit aan de minister.
6. De tussenrapportage en het eindrapport gaan in op:
a. de maatschappelijke en ethische vraagstukken die door nanotechnologie naar voren komen;
b. de actoren die zijn betrokken bij de maatschappelijke dialoog en de mate waarin deze actoren een afspiegeling vormen van de Nederlandse samenleving;
c. de meningen en inzichten die ten aanzien van nanotechnologie in de Nederlandse samenleving leven inclusief de onderbouwing, de achterliggende waarden en belangen daarvan;
d. de conclusies en aanbevelingen van de Nederlandse samenleving geplaatst in de context van de maatschappelijke uitdagingen van onze samenleving zoals economie, zorg, klimaat, energie en water.
2. De commissie zorgt met het gereed komen van de publieke agenda voor de organisatie en invulling van een herkenbaar startmoment van de maatschappelijke dialoog in de vorm van een evenement.
3. De commissie brengt uiterlijk op 15 september 2009 een publieke agenda uit aan de minister en maakt deze agenda openbaar.
4. De commissie brengt vóór 15 mei 2010 een schriftelijke tussenrapportage uit aan de minister.
5. De commissie brengt vóór 1 januari 2011 haar schriftelijke eindrapport uit aan de minister.
6. De tussenrapportage en het eindrapport gaan in op:
a. de maatschappelijke en ethische vraagstukken die door nanotechnologie naar voren komen;
b. de actoren die zijn betrokken bij de maatschappelijke dialoog en de mate waarin deze actoren een afspiegeling vormen van de Nederlandse samenleving;
c. de meningen en inzichten die ten aanzien van nanotechnologie in de Nederlandse samenleving leven inclusief de onderbouwing, de achterliggende waarden en belangen daarvan;
d. de conclusies en aanbevelingen van de Nederlandse samenleving geplaatst in de context van de maatschappelijke uitdagingen van onze samenleving zoals economie, zorg, klimaat, energie en water.