BWBR0025323
Geldig vanaf 10-01-2009
Artikel 4
Zuivelverordening uitvoering Regeling superheffing 2008
1. De koper doet ten aanzien van in de heffingsperiode van producenten ontvangen melk vóór 15 mei in de volgende heffingsperiode aan het productschap opgave, op de door het productschap voorgeschreven wijze, van:
– het totaal van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk;
– het gemiddelde vetgehalte van het totaal van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk;
– het totaal van de toegedeelde kilogrammen melk en vet waarover de producenten beschikken;
– het totaal van de hoeveelheden melk, na correctie per producent, van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte;
en van de per producent geleverde hoeveelheden melk, onderscheiden naar:
– de feitelijk geleverde hoeveelheden melk, in totaal en per maand;
– de hoeveelheid vet van die melk, in totaal en per maand;
– de hoeveelheden melk, na correctie van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte;
onder vermelding van naam, adres, registratienummer van de producent.
2. De koper doet ten aanzien van in de heffingsperiode van anderen dan producenten ontvangen melk desgevraagd opgave aan het productschap van:
– de, per leverancier, aan de koper geleverde hoeveelheden melk, alsmede de hoeveelheid vet van die melk onder vermelding van naam en adres van de leverancier, en/of
– het totaal van de door anderen dan de producenten aan de koper geleverde hoeveelheden melk en de totale hoeveelheid vet van die melk.
– het totaal van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk;
– het gemiddelde vetgehalte van het totaal van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk;
– het totaal van de toegedeelde kilogrammen melk en vet waarover de producenten beschikken;
– het totaal van de hoeveelheden melk, na correctie per producent, van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte;
en van de per producent geleverde hoeveelheden melk, onderscheiden naar:
– de feitelijk geleverde hoeveelheden melk, in totaal en per maand;
– de hoeveelheid vet van die melk, in totaal en per maand;
– de hoeveelheden melk, na correctie van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte;
onder vermelding van naam, adres, registratienummer van de producent.
2. De koper doet ten aanzien van in de heffingsperiode van anderen dan producenten ontvangen melk desgevraagd opgave aan het productschap van:
– de, per leverancier, aan de koper geleverde hoeveelheden melk, alsmede de hoeveelheid vet van die melk onder vermelding van naam en adres van de leverancier, en/of
– het totaal van de door anderen dan de producenten aan de koper geleverde hoeveelheden melk en de totale hoeveelheid vet van die melk.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025323
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl