BWBR0025305
Geldig vanaf 2009-02-21
Artikel 7
Regeling experimenten herontwerp kwalificatiestructuur mbo 2009–2010
1. Aan het procesmanagement wordt, overeenkomstig afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, mandaat verleend tot het nemen van besluiten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, behoudens voor zo ver het betreft een aanvraag, bedoeld in artikel 12.1a.2 van de wet, van een instelling die niet beschikt over enige erkenning als bedoeld in artikel 1.4.1of artikel 12.1a.2 van de wet. In het laatstbedoelde geval adviseert het procesmanagement de minister over het te nemen besluit.
2. Het procesmanagement dient voor 1 januari 2010 een tussenrapportage en voor 1 september 2010 een eindrapportage in bij de minister inzake de voortgang van de experimentele opleidingen in het studiejaar 2009–2010.
3. De rapportages, bedoeld in het tweede lid, behelzen tenminste een overzicht van:
a. het aantal experimentele opleidingen dat instellingen mogen verzorgen en het aantal experimentele opleidingen die daadwerkelijk door instellingen worden verzorgd;
b. de aard van de experimentele opleidingen;
c. het aantal deelnemers dat op 1 oktober 2009 deelneemt aan de onderscheiden experimentele opleidingen;
d. het aantal gediplomeerde uitstromers en het percentage gediplomeerde uitstromers van de onderscheiden experimentele opleidingen;
e. de aard van de opgeleverde producten;
f. het percentage deelnemers aan experimentele opleidingen in het studiejaar 2009–2010 ten opzichte van het totaal aantal deelnemers in het beroepsonderwijs;
g. eventuele knelpunten bij en verbetervoorstellen ten behoeve van de kwalificatiedossiers en experimentele opleidingen 2010–2011.
4. De minister kan bij beschikking nadere voorwaarden stellen over de inhoud en de inrichting van de in het derde lid vermelde rapportages.
2. Het procesmanagement dient voor 1 januari 2010 een tussenrapportage en voor 1 september 2010 een eindrapportage in bij de minister inzake de voortgang van de experimentele opleidingen in het studiejaar 2009–2010.
3. De rapportages, bedoeld in het tweede lid, behelzen tenminste een overzicht van:
a. het aantal experimentele opleidingen dat instellingen mogen verzorgen en het aantal experimentele opleidingen die daadwerkelijk door instellingen worden verzorgd;
b. de aard van de experimentele opleidingen;
c. het aantal deelnemers dat op 1 oktober 2009 deelneemt aan de onderscheiden experimentele opleidingen;
d. het aantal gediplomeerde uitstromers en het percentage gediplomeerde uitstromers van de onderscheiden experimentele opleidingen;
e. de aard van de opgeleverde producten;
f. het percentage deelnemers aan experimentele opleidingen in het studiejaar 2009–2010 ten opzichte van het totaal aantal deelnemers in het beroepsonderwijs;
g. eventuele knelpunten bij en verbetervoorstellen ten behoeve van de kwalificatiedossiers en experimentele opleidingen 2010–2011.
4. De minister kan bij beschikking nadere voorwaarden stellen over de inhoud en de inrichting van de in het derde lid vermelde rapportages.