BWBR0025300
Geldig vanaf 2009-02-18
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Directie Internationale Zaken 2009
Het hoofd van de afdeling Europese Aangelegenheden is verantwoordelijk voor:
a. het ontwikkelen van een strategisch kader ten aanzien van het te voeren EU-beleid van het departement en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin (waaronder het toetsen aan de strategische kaders);
b. het voeren van het inhoudelijke, procesmatige en logistieke secretariaat ten aanzien van de EU-dossiers en het initiëren, adviseren, coördineren en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin;
c. het toetsen van nationale voornemens aan Europese kaders en ontwikkelingen;
d. de functionele aansturing van het cluster Permanente Vertegenwoordiging en het in samenwerking met het cluster Permanente Vertegenwoordiging voeren van de regie over het proces tussen de beleidsdirecties en de Europese Unie;
e. het onderhouden van het bilaterale netwerk waarbij de focus ligt bij prioritaire landen in de huidige en toekomstige lidstaten van de Europese Unie;
f. het mede vormgeven en bewaken van de Europese institutionele kaders;
g. het toerusten van het ministerie met het oog op EU-activiteiten.
a. het ontwikkelen van een strategisch kader ten aanzien van het te voeren EU-beleid van het departement en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin (waaronder het toetsen aan de strategische kaders);
b. het voeren van het inhoudelijke, procesmatige en logistieke secretariaat ten aanzien van de EU-dossiers en het initiëren, adviseren, coördineren en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin;
c. het toetsen van nationale voornemens aan Europese kaders en ontwikkelingen;
d. de functionele aansturing van het cluster Permanente Vertegenwoordiging en het in samenwerking met het cluster Permanente Vertegenwoordiging voeren van de regie over het proces tussen de beleidsdirecties en de Europese Unie;
e. het onderhouden van het bilaterale netwerk waarbij de focus ligt bij prioritaire landen in de huidige en toekomstige lidstaten van de Europese Unie;
f. het mede vormgeven en bewaken van de Europese institutionele kaders;
g. het toerusten van het ministerie met het oog op EU-activiteiten.