BWBR0025290
Geldig vanaf 2009-02-14
Artikel 3
Instellingsbesluit Commissie van Wijzen inzake het herindelingsadvies Gooi- en Vechtstreek
1. De commissie heeft tot taak om advies uit te brengen over het besluit dat de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dient te nemen naar aanleiding van het herindelingsadvies. De commissie wordt gevraagd daarbij de volgende uitgangspunten te hanteren:
– dat het advies wordt opgesteld vanuit een integrale visie op de Gooi- en Vechtstreek waarbij allereerst de opgaven van de regio Gooi- en Vechtstreek en die van de gemeenten op de langere termijn de basis vormen voor een nadere analyse van diverse oplossingsrichtingen en in het bijzonder van de geadviseerde herindelingvariant;
– dat het de commissie nadrukkelijk in overweging wordt gegeven om het gesprek aan te gaan met alle gemeenten in de Gooi en Vechtstreek, de provincie Noord-Holland en het Gewest Gooi;
– dat wordt uitgegaan van een wederzijdse open grondhouding van de commissie, de gemeenten en het gewest;
– dat de colleges daarbij de eerste aanspreekpunten zijn en dat het de commissie vrij staat om ook met de gemeenteraden of provinciale staten te spreken.
2. De commissie wordt gevraagd om zo snel mogelijk over haar werkzaamheden te rapporteren aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
3. Na het uitbrengen van het rapport wordt de commissie opgeheven.
– dat het advies wordt opgesteld vanuit een integrale visie op de Gooi- en Vechtstreek waarbij allereerst de opgaven van de regio Gooi- en Vechtstreek en die van de gemeenten op de langere termijn de basis vormen voor een nadere analyse van diverse oplossingsrichtingen en in het bijzonder van de geadviseerde herindelingvariant;
– dat het de commissie nadrukkelijk in overweging wordt gegeven om het gesprek aan te gaan met alle gemeenten in de Gooi en Vechtstreek, de provincie Noord-Holland en het Gewest Gooi;
– dat wordt uitgegaan van een wederzijdse open grondhouding van de commissie, de gemeenten en het gewest;
– dat de colleges daarbij de eerste aanspreekpunten zijn en dat het de commissie vrij staat om ook met de gemeenteraden of provinciale staten te spreken.
2. De commissie wordt gevraagd om zo snel mogelijk over haar werkzaamheden te rapporteren aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
3. Na het uitbrengen van het rapport wordt de commissie opgeheven.