BWBR0025277
Geldig vanaf 2009-07-01
Artikel 2a
Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand
1. In afwijking van artikel 2, eerste tot en met derde lid, is een natuurlijk persoon een hogere eigen bijdrage verschuldigd indien de toevoeging ziet op de verlening van rechtsbijstand bij verzoeken die voortkomen uit de verbreking van een huwelijkse of niet-huwelijkse relatie en gegrond zijn op Titel 5A tot en met 10, 14, afdelingen 1 tot en met 3a, 5en 6, 15en 17, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
2. In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon, verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen:
a. € 340,– per 1 januari 2025: € 420, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2025: € 23.600;
b. € 412,– per 1 januari 2025: € 509, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2025: € 23.600 en ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2025: € 24.300 bedraagt;
c. € 566,– per 1 januari 2025: € 700, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2025: € 24.300 en ten hoogste € 19.400,–per 1 januari 2025: € 25.800 bedraagt;
d. € 720,– per 1 januari 2025: € 890, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2025: € 25.800 en ten hoogste € 21.300,–per 1 januari 2025: € 27.900 bedraagt; en
e. € 849,– per 1 januari 2025: € 1.050, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2025: € 27.900 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2025: € 33.200 bedraagt.
3. In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen:
a. € 340,– per 1 januari 2025: € 420, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2025: € 32.800;
b. € 412,– per 1 januari 2025: € 509, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2025: € 32.800 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2025: € 33.900 bedraagt;
c. € 566,– per 1 januari 2025: € 700, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2025: € 33.900 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2025: € 35.500 bedraagt;
d. € 720,– per 1 januari 2025: € 890, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2025: € 35.500 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2025: € 39.700 bedraagt; en
e. € 849,– per 1 januari 2025: € 1.050, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2025: € 39.700 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2025: € 46.900 bedraagt.
4. In afwijking van het tweede onderscheidenlijk derde lid bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen:
a. € 108,– per 1 januari 2025: € 132, indien het inkomen ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2025: € 24.300 onderscheidenlijk ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2025: € 33.900 bedraagt; en
b. € 142,– per 1 januari 2025: € 175, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2025: € 24.300 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2025: € 33.200 onderscheidenlijk meer dan € 25.700,–,– per 1 januari 2025: € 33.900 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2025: € 46.900 bedraagt.
5. Het bestuur kan beslissen om de op grond van het tweede of derde lid verschuldigde eigen bijdrage te verlagen naar de eigen bijdrage die verschuldigd is op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, indien van de rechtzoekende, gelet op diens financiële situatie, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat de rechtzoekende de hogere eigen bijdrage betaalt voor een toevoeging op grond van het eerste lid.
2. In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon, verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen:
a. € 340,– per 1 januari 2025: € 420, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2025: € 23.600;
b. € 412,– per 1 januari 2025: € 509, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2025: € 23.600 en ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2025: € 24.300 bedraagt;
c. € 566,– per 1 januari 2025: € 700, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2025: € 24.300 en ten hoogste € 19.400,–per 1 januari 2025: € 25.800 bedraagt;
d. € 720,– per 1 januari 2025: € 890, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2025: € 25.800 en ten hoogste € 21.300,–per 1 januari 2025: € 27.900 bedraagt; en
e. € 849,– per 1 januari 2025: € 1.050, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2025: € 27.900 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2025: € 33.200 bedraagt.
3. In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen:
a. € 340,– per 1 januari 2025: € 420, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2025: € 32.800;
b. € 412,– per 1 januari 2025: € 509, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2025: € 32.800 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2025: € 33.900 bedraagt;
c. € 566,– per 1 januari 2025: € 700, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2025: € 33.900 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2025: € 35.500 bedraagt;
d. € 720,– per 1 januari 2025: € 890, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2025: € 35.500 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2025: € 39.700 bedraagt; en
e. € 849,– per 1 januari 2025: € 1.050, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2025: € 39.700 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2025: € 46.900 bedraagt.
4. In afwijking van het tweede onderscheidenlijk derde lid bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen:
a. € 108,– per 1 januari 2025: € 132, indien het inkomen ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2025: € 24.300 onderscheidenlijk ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2025: € 33.900 bedraagt; en
b. € 142,– per 1 januari 2025: € 175, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2025: € 24.300 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2025: € 33.200 onderscheidenlijk meer dan € 25.700,–,– per 1 januari 2025: € 33.900 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2025: € 46.900 bedraagt.
5. Het bestuur kan beslissen om de op grond van het tweede of derde lid verschuldigde eigen bijdrage te verlagen naar de eigen bijdrage die verschuldigd is op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, indien van de rechtzoekende, gelet op diens financiële situatie, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat de rechtzoekende de hogere eigen bijdrage betaalt voor een toevoeging op grond van het eerste lid.