BWBR0025266
Geldig vanaf 2009-02-04
Artikel 3.37
Organisatiebesluit BZK 2008
1. De directie Politie en Veiligheidsregio’s staat onder leiding van een directeur.
2. De directie heeft de volgende taken:
a. het ontwikkelen van een (lange termijn) visie op de kwaliteit, de inrichting en de ontwikkeling van en de samenhang tussen de veiligheidsorganisaties en de feitelijke inrichting ervan;
b. het ontwikkelen van beleid op de taakuitvoering en bevoegdheden van de veiligheidsorganisaties;
c. leveren van een bijdrage aan de besluitvorming over: – de landelijke prioriteiten in het werk van de veiligheidsorganisaties;
– het relatiebeheer van de veiligheidsorganisaties;
– het beleid op kwaliteit van personeel en materiaal van de veiligheidsorganisaties;
– het bekostigingsbeleid en monitoring van politie en veiligheidsregio’s;
– het (financieel) toezicht op de regionale politiekorpsen, Zelfstandige Bestuursorganen en baten-lastendiensten.
– de landelijke prioriteiten in het werk van de veiligheidsorganisaties;
– het relatiebeheer van de veiligheidsorganisaties;
– het beleid op kwaliteit van personeel en materiaal van de veiligheidsorganisaties;
– het bekostigingsbeleid en monitoring van politie en veiligheidsregio’s;
– het (financieel) toezicht op de regionale politiekorpsen, Zelfstandige Bestuursorganen en baten-lastendiensten.
2. De directie heeft de volgende taken:
a. het ontwikkelen van een (lange termijn) visie op de kwaliteit, de inrichting en de ontwikkeling van en de samenhang tussen de veiligheidsorganisaties en de feitelijke inrichting ervan;
b. het ontwikkelen van beleid op de taakuitvoering en bevoegdheden van de veiligheidsorganisaties;
c. leveren van een bijdrage aan de besluitvorming over: – de landelijke prioriteiten in het werk van de veiligheidsorganisaties;
– het relatiebeheer van de veiligheidsorganisaties;
– het beleid op kwaliteit van personeel en materiaal van de veiligheidsorganisaties;
– het bekostigingsbeleid en monitoring van politie en veiligheidsregio’s;
– het (financieel) toezicht op de regionale politiekorpsen, Zelfstandige Bestuursorganen en baten-lastendiensten.
– de landelijke prioriteiten in het werk van de veiligheidsorganisaties;
– het relatiebeheer van de veiligheidsorganisaties;
– het beleid op kwaliteit van personeel en materiaal van de veiligheidsorganisaties;
– het bekostigingsbeleid en monitoring van politie en veiligheidsregio’s;
– het (financieel) toezicht op de regionale politiekorpsen, Zelfstandige Bestuursorganen en baten-lastendiensten.