BWBR0025262
Geldig vanaf 2009-02-07
Artikel 2.1
Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden en met werkloosheid bedreigden
1. Subsidie wordt op aanvraag verleend;
2. Een aanvraag voor subsidie gaat vergezeld van een door alle partijen bij een intentieverklaring ondertekend aanvraagformulier dat, voor zover deze onderwerpen op de aanvraag voor subsidie van toepassing zijn, ten minste voorziet in:
a. een schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid;
b. een beschrijving van het doel van het project;
c. het per 31 december 2010 beoogde aantal duale trajecten en EVC-trajecten voor werkende jongeren zonder startkwalificatie of werkzoekenden/met werkloosheid bedreigden;
d. een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de regionale arbeidsmarktsituatie met betrekking tot werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden;
e. een beschrijving van de bestaande dienstverlening op het terrein van duale trajecten en EVC-trajecten voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden;
f. een beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden die de betrokken partijen in het kader van dit project op zich nemen;
g. een beschrijving van de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de expertise en de infrastructuur van de Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven;
h. voor zover het projecten betreft die zich richten op werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden, een beschrijving van de activiteiten die door het UWV WERKbedrijf en een of meer gemeenten worden verricht in het kader van dit project;
i. een beschrijving van de wijze waarop wordt samengewerkt tussen regionale en sectorale initiatieven op het gebied van leren en werken;
j. een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten; en
k. een begroting als bedoeld in artikel 2.2.
3. De subsidieaanvraag wordt uitsluitend ingediend met gebruikmaking van een aanvraagformulier dat te downloaden is via www.leren-werken.nl.
4. De minister kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop de onderdelen van de subsidieaanvraag, bedoeld in het tweede lid, worden uitgewerkt.
2. Een aanvraag voor subsidie gaat vergezeld van een door alle partijen bij een intentieverklaring ondertekend aanvraagformulier dat, voor zover deze onderwerpen op de aanvraag voor subsidie van toepassing zijn, ten minste voorziet in:
a. een schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid;
b. een beschrijving van het doel van het project;
c. het per 31 december 2010 beoogde aantal duale trajecten en EVC-trajecten voor werkende jongeren zonder startkwalificatie of werkzoekenden/met werkloosheid bedreigden;
d. een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de regionale arbeidsmarktsituatie met betrekking tot werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden;
e. een beschrijving van de bestaande dienstverlening op het terrein van duale trajecten en EVC-trajecten voor werkende jongeren zonder startkwalificatie, werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden;
f. een beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden die de betrokken partijen in het kader van dit project op zich nemen;
g. een beschrijving van de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de expertise en de infrastructuur van de Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven;
h. voor zover het projecten betreft die zich richten op werkzoekenden of met werkloosheid bedreigden, een beschrijving van de activiteiten die door het UWV WERKbedrijf en een of meer gemeenten worden verricht in het kader van dit project;
i. een beschrijving van de wijze waarop wordt samengewerkt tussen regionale en sectorale initiatieven op het gebied van leren en werken;
j. een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten; en
k. een begroting als bedoeld in artikel 2.2.
3. De subsidieaanvraag wordt uitsluitend ingediend met gebruikmaking van een aanvraagformulier dat te downloaden is via www.leren-werken.nl.
4. De minister kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop de onderdelen van de subsidieaanvraag, bedoeld in het tweede lid, worden uitgewerkt.