BWBR0025220
Geldig vanaf 15-08-2010
Artikel 13
Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking (PVV) 2008
1. Door of namens het productschap kunnen uit de voorraden van de in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde invoerregeling verwerkte producten, op door het productschap te bepalen tijdstippen monsters worden genomen. De monstername kan geschieden zowel op het bedrijf van de betrokken verwerker als overal elders in de distributieschakel alwaar zodanig bewerkte producten worden aangetroffen.
2. De grootte van ieder monster bedraagt voor zover het betreft verwerkte producten zonder saus tenminste 500 gram, zo mogelijk in 3 verpakkingseenheden, voor zover het betreft de overige producten tenminste 3 van de kleinste verpakkingseenheden.
3. De monsters worden door TNO onderzocht.
4. Indien bij het onderzoek dat door TNO wordt uitgevoerd op A-producten, blijkt dat het product:
a. ander vlees dan rundvlees bevat;
b. de toevoegingen, met uitzondering van water, meer bedragen dan 15% van het netto gewicht van het eindproduct;
c. een collageen/eiwitverhouding van 0,45 wordt overschreden;
d. minder dan 20 gewichtspercenten mager vlees bevat, of
e. bij doorsnijding van het dikste gedeelte sporen van een roseachtige vloeistof zijn waar te nemen,
zal de totale in dezelfde week als het betreffende monster bereide hoeveelheid van dat product geacht worden niet in het kader van de door middel van de uitvoeringsverordening ingestelde regeling te zijn vervaardigd.
5. Indien bij het onderzoek dat door TNO wordt uitgevoerd op B-producten, blijkt dat het product:
a. geen rundvlees bevat;
b. voor een verwerkt product van GN-code 0210 20 90 de kleur en consistentie van vers vlees niet volledig is verdwenen of een water/eiwitverhouding van meer dan 3,2 heeft,
zal de totale in dezelfde week als het desbetreffende monster bereide hoeveelheid van dat product geacht worden niet in het kader van de door middel van de uitvoeringverordening ingestelde regeling te zijn vervaardigd.
6. Op verzoek van de betrokken verwerker kan, tegelijk met het nemen van een monster als bedoeld in de leden 1 en 2, uit dezelfde partij verwerkte producten met dezelfde productiecode een monster van gelijke grootte worden genomen ten behoeve van tegenonderzoek. Laatstbedoeld monster zal op het bedrijf van de betrokkene worden bewaard totdat de uitslag van het onderzoek bekend is. Indien de uitslag voor de betrokkene afwijkingen als in lid 4 of lid 5 bedoeld aan het licht brengt, kan deze verzoeken het monster ten behoeve van het tegenonderzoek door TNO te doen onderzoeken. De uitslag van dit laatste onderzoek is beslissend voor de hieraan te verbinden gevolgen.
7. Onverminderd hetgeen hiervoor is bepaald, kan het productschap bepalen dat het betrokken product niet in het kader van de door middel van de uitvoeringsverordening ingestelde invoerregeling wordt aanvaard, ingeval de uitslag van het onderzoek van een monster als bedoeld in het eerste lid of het zesde lid, bij herhaling enige afwijking als bedoeld in lid 4, onderscheidenlijk lid 5, aan het licht brengt.
8. De kosten van de monstername en van het onderzoek van de monsters, dit geldt ook voor monsters ten behoeve van tegenonderzoek, komen voor rekening van de betrokken verwerker.
2. De grootte van ieder monster bedraagt voor zover het betreft verwerkte producten zonder saus tenminste 500 gram, zo mogelijk in 3 verpakkingseenheden, voor zover het betreft de overige producten tenminste 3 van de kleinste verpakkingseenheden.
3. De monsters worden door TNO onderzocht.
4. Indien bij het onderzoek dat door TNO wordt uitgevoerd op A-producten, blijkt dat het product:
a. ander vlees dan rundvlees bevat;
b. de toevoegingen, met uitzondering van water, meer bedragen dan 15% van het netto gewicht van het eindproduct;
c. een collageen/eiwitverhouding van 0,45 wordt overschreden;
d. minder dan 20 gewichtspercenten mager vlees bevat, of
e. bij doorsnijding van het dikste gedeelte sporen van een roseachtige vloeistof zijn waar te nemen,
zal de totale in dezelfde week als het betreffende monster bereide hoeveelheid van dat product geacht worden niet in het kader van de door middel van de uitvoeringsverordening ingestelde regeling te zijn vervaardigd.
5. Indien bij het onderzoek dat door TNO wordt uitgevoerd op B-producten, blijkt dat het product:
a. geen rundvlees bevat;
b. voor een verwerkt product van GN-code 0210 20 90 de kleur en consistentie van vers vlees niet volledig is verdwenen of een water/eiwitverhouding van meer dan 3,2 heeft,
zal de totale in dezelfde week als het desbetreffende monster bereide hoeveelheid van dat product geacht worden niet in het kader van de door middel van de uitvoeringverordening ingestelde regeling te zijn vervaardigd.
6. Op verzoek van de betrokken verwerker kan, tegelijk met het nemen van een monster als bedoeld in de leden 1 en 2, uit dezelfde partij verwerkte producten met dezelfde productiecode een monster van gelijke grootte worden genomen ten behoeve van tegenonderzoek. Laatstbedoeld monster zal op het bedrijf van de betrokkene worden bewaard totdat de uitslag van het onderzoek bekend is. Indien de uitslag voor de betrokkene afwijkingen als in lid 4 of lid 5 bedoeld aan het licht brengt, kan deze verzoeken het monster ten behoeve van het tegenonderzoek door TNO te doen onderzoeken. De uitslag van dit laatste onderzoek is beslissend voor de hieraan te verbinden gevolgen.
7. Onverminderd hetgeen hiervoor is bepaald, kan het productschap bepalen dat het betrokken product niet in het kader van de door middel van de uitvoeringsverordening ingestelde invoerregeling wordt aanvaard, ingeval de uitslag van het onderzoek van een monster als bedoeld in het eerste lid of het zesde lid, bij herhaling enige afwijking als bedoeld in lid 4, onderscheidenlijk lid 5, aan het licht brengt.
8. De kosten van de monstername en van het onderzoek van de monsters, dit geldt ook voor monsters ten behoeve van tegenonderzoek, komen voor rekening van de betrokken verwerker.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025220
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl