BWBR0025074
Geldig vanaf 2009-01-02
Artikel 2
Beleidsregel bevoegdheid basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs voor buitenlandse diploma’s
1. Aan de bezitter van een buiten Nederland behaald bewijsstuk waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond, waaraan in het land waarin dat bewijsstuk is verkregen en waaraan de bevoegdheid is verbonden tot het geven van onderwijs aan kinderen tot en met 12 jaar, wordt op zijn verzoek voor bepaalde tijd de bevoegdheid verleend tot het geven van basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs indien:
a. de opleiding die ten grondslag ligt aan het bewijsstuk waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond voor wat betreft niveau en inhoud gelijkwaardig kan worden geacht aan de Nederlandse opleiding die ten grondslag ligt aan het hoger beroepsonderwijs getuigschrift leraar basisonderwijs, en
b. hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst, hetgeen blijkt uit het bezit van: 1. het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal’ waarvan de examens op het hoogste niveau (uitgebreide kennis) zijn afgelegd,
2. het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal van het profiel academische taalvaardigheid’,
3. het diploma Nederlands als Tweede taal, programma II, dan wel het certificaat Nederlands als Tweede taal op het tweede niveau, afgegeven voor 1 januari 1994, of
4. een diploma voortgezet wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs of een diploma van een opleiding middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs of een daarmee vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België.
1. het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal’ waarvan de examens op het hoogste niveau (uitgebreide kennis) zijn afgelegd,
2. het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal van het profiel academische taalvaardigheid’,
3. het diploma Nederlands als Tweede taal, programma II, dan wel het certificaat Nederlands als Tweede taal op het tweede niveau, afgegeven voor 1 januari 1994, of
4. een diploma voortgezet wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs of een diploma van een opleiding middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs of een daarmee vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een onderdaan van een Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, die in het bezit is van een diploma als bedoeld in de richtlijn.
a. de opleiding die ten grondslag ligt aan het bewijsstuk waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond voor wat betreft niveau en inhoud gelijkwaardig kan worden geacht aan de Nederlandse opleiding die ten grondslag ligt aan het hoger beroepsonderwijs getuigschrift leraar basisonderwijs, en
b. hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst, hetgeen blijkt uit het bezit van: 1. het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal’ waarvan de examens op het hoogste niveau (uitgebreide kennis) zijn afgelegd,
2. het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal van het profiel academische taalvaardigheid’,
3. het diploma Nederlands als Tweede taal, programma II, dan wel het certificaat Nederlands als Tweede taal op het tweede niveau, afgegeven voor 1 januari 1994, of
4. een diploma voortgezet wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs of een diploma van een opleiding middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs of een daarmee vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België.
1. het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal’ waarvan de examens op het hoogste niveau (uitgebreide kennis) zijn afgelegd,
2. het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal van het profiel academische taalvaardigheid’,
3. het diploma Nederlands als Tweede taal, programma II, dan wel het certificaat Nederlands als Tweede taal op het tweede niveau, afgegeven voor 1 januari 1994, of
4. een diploma voortgezet wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs of een diploma van een opleiding middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs of een daarmee vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een onderdaan van een Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, die in het bezit is van een diploma als bedoeld in de richtlijn.