BWBR0025031
Geldig vanaf 01-02-2009
Artikel 11
Regeling incidentele subsidies literaire manifestaties en projecten
1. Binnen drie maanden na voltooiing van de manifestatie of het project dient de subsidieontvanger een inhoudelijk verslag in dat een duidelijke inhoudelijke reflectie bevat inzake de realisering van de beoogde programmering en van de gestelde artistieke doelen, alsmede inzicht geeft in de publiekswaardering, het publieksbereik en de uitstraling van de manifestatie.
2. Binnen drie maanden na afloop van de manifestatie of het project dient de subsidieontvanger de financiële verantwoording in, vormgegeven volgens dezelfde opstelling als de begroting.
3. Op verzoek van het NLPVF moeten alle mogelijke bescheiden, rekeningen en andere bewijsstukken kunnen worden overlegd.
4. Na ontvangst van de in dit artikel genoemde gegevens stelt het bestuur van het NLPVF de definitieve subsidie binnen drie maanden vast.
5. Het NLPVF behoudt zich het recht voor nadere voorwaarden te stellen aan de inhoudelijke en financiële verantwoording.
2. Binnen drie maanden na afloop van de manifestatie of het project dient de subsidieontvanger de financiële verantwoording in, vormgegeven volgens dezelfde opstelling als de begroting.
3. Op verzoek van het NLPVF moeten alle mogelijke bescheiden, rekeningen en andere bewijsstukken kunnen worden overlegd.
4. Na ontvangst van de in dit artikel genoemde gegevens stelt het bestuur van het NLPVF de definitieve subsidie binnen drie maanden vast.
5. Het NLPVF behoudt zich het recht voor nadere voorwaarden te stellen aan de inhoudelijke en financiële verantwoording.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025031
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl