BWBR0025021
Geldig vanaf 2009-12-13
Artikel 5
Regeling vergoedingen OPTA 2009
1. Indien het bij Koninklijke boodschap van 26 april 2006 ingediende voorstel van wet houdende regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 20..) (Kamerstukken I 2006/07, 30536, nr. A) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt gedurende het jaar 2009 of per 1 januari 2010, vindt voor de vergoeding voor het toezicht op de concessie post een verrekening plaats aan de hand van de volgende formule:
Vp09 – GKp09 + (Vp08 – GKp08),
waarbij
– Vp09 voorstelt: de voor 2009 in rekening gebrachte en door de concessiehouder betaalde vergoeding voor het toezicht op de postconcessie;
– GKp09 voorstelt: de voor 2009 tot aan het tijdstip van inwerkingtreding van de eerder genoemde wet gerealiseerde kosten voor het toezicht op de postconcessie;
– Vp08 voorstelt: de voor 2008 in rekening gebrachte en door de concessiehouder betaalde vergoeding voor het toezicht op de postconcessie;
– GKp08: de voor 2008 gerealiseerde kosten voor het toezicht op de postconcessie.
2. Het college stelt het te verrekenen bedrag vast en draagt zorg voor de verrekening met de houder van de concessie.
Vp09 – GKp09 + (Vp08 – GKp08),
waarbij
– Vp09 voorstelt: de voor 2009 in rekening gebrachte en door de concessiehouder betaalde vergoeding voor het toezicht op de postconcessie;
– GKp09 voorstelt: de voor 2009 tot aan het tijdstip van inwerkingtreding van de eerder genoemde wet gerealiseerde kosten voor het toezicht op de postconcessie;
– Vp08 voorstelt: de voor 2008 in rekening gebrachte en door de concessiehouder betaalde vergoeding voor het toezicht op de postconcessie;
– GKp08: de voor 2008 gerealiseerde kosten voor het toezicht op de postconcessie.
2. Het college stelt het te verrekenen bedrag vast en draagt zorg voor de verrekening met de houder van de concessie.