BWBR0025006
Geldig vanaf 2008-12-26
Artikel 4
Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties kandidaat-gerechtsdeurwaarder
1. Met inachtneming van artikel 11 van de wetstelt de KBvG de aanvrager op de hoogte van de eis van het met goed gevolg afleggen van een proeve van bekwaamheid.
2. De KBvG informeert de aanvrager schriftelijk over:
a. op welke in het Besluit opleiding en stage kandidaat-gerechtsdeurwaarder genoemde onderdelen van het Nederlands recht de proeve van bekwaamheid betrekking heeft;
b. de wijze waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen;
c. de termijn waarbinnen de proeve van bekwaamheid dient te geschieden; en
d. de kosten die aan het afleggen van de proeve van bekwaamheid zijn verbonden.
3. De KBvG draagt zorg voor de mogelijkheid tot het kunnen afleggen van een proeve van bekwaamheid aan een opleidingsinstituut dat een door de Minister van Justitie erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder verzorgt.
4. De KBvG draagt ervoor zorg dat de aanvrager:
a. tenminste eenmaal per jaar de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de proeve van bekwaamheid;
b. inzicht verkrijgt in de normen die worden gehanteerd bij de beoordeling van de proeve van bekwaamheid;
c. wordt geïnformeerd over het vereiste studiemateriaal;
d. wordt geïnformeerd over degene aan wie de kosten van de proeve van bekwaamheid moeten worden voldaan; en
e. binnen vier weken schriftelijk wordt meegedeeld wat het resultaat van het afleggen van de proeve van bekwaamheid is.
5. De aanvrager die voor een of meer onderdelen van de proeve van bekwaamheid het examen niet met goed gevolg heeft afgelegd, kan voor elk van die onderdelen opnieuw een examen afleggen. De met goed gevolg afgelegde examens behouden hun geldigheid gedurende vijf jaar.
6. De proeve van bekwaamheid wordt in de Nederlandse taal afgelegd.
2. De KBvG informeert de aanvrager schriftelijk over:
a. op welke in het Besluit opleiding en stage kandidaat-gerechtsdeurwaarder genoemde onderdelen van het Nederlands recht de proeve van bekwaamheid betrekking heeft;
b. de wijze waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen;
c. de termijn waarbinnen de proeve van bekwaamheid dient te geschieden; en
d. de kosten die aan het afleggen van de proeve van bekwaamheid zijn verbonden.
3. De KBvG draagt zorg voor de mogelijkheid tot het kunnen afleggen van een proeve van bekwaamheid aan een opleidingsinstituut dat een door de Minister van Justitie erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder verzorgt.
4. De KBvG draagt ervoor zorg dat de aanvrager:
a. tenminste eenmaal per jaar de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de proeve van bekwaamheid;
b. inzicht verkrijgt in de normen die worden gehanteerd bij de beoordeling van de proeve van bekwaamheid;
c. wordt geïnformeerd over het vereiste studiemateriaal;
d. wordt geïnformeerd over degene aan wie de kosten van de proeve van bekwaamheid moeten worden voldaan; en
e. binnen vier weken schriftelijk wordt meegedeeld wat het resultaat van het afleggen van de proeve van bekwaamheid is.
5. De aanvrager die voor een of meer onderdelen van de proeve van bekwaamheid het examen niet met goed gevolg heeft afgelegd, kan voor elk van die onderdelen opnieuw een examen afleggen. De met goed gevolg afgelegde examens behouden hun geldigheid gedurende vijf jaar.
6. De proeve van bekwaamheid wordt in de Nederlandse taal afgelegd.