BWBR0024994
Geldig vanaf 2008-12-26
Artikel 4
Instellingsbesluit VWS-matchingscommissie
1. Ten aanzien van werving en selectie:
a. Wanneer een selectiecommissie alle VWS-kandidaten (incl. VWS herplaatsingskandidaten) afwijst en verzoekt extern te mogen werven, kan de directeur OBP, vooral als sprake lijkt te zijn van problematiek die meer structureel van karakter is, besluiten de gevolgde werving- en selectieprocedure ter beoordeling voor te leggen aan de matchingscommissie. De directeur OBP neemt een dergelijk besluit na hiertoe overleg te hebben gepleegd met de HRM-adviseur van het betrokken dienstonderdeel.
b. Mocht de matchingscommissie van oordeel zijn dat de selectiecommissie niet tot het oordeel had kunnen/mogen komen dat één of meer VWS-kandidaten voor meer dan 30% ongeschikt zijn, dan zal zij hierover de vacaturehouder dwingend adviseren;
c. De vacaturehouder beslist in overeenstemming met het advies;
d. In geval er sprake lijkt te zijn van problematiek die meer structureel van karakter is, zal de matchingscommissie daarover in gesprek gaan met de vacaturehoudende DG en zonodig de SG informeren.
2. Ten aanzien van flexibele werktoedeling:
a. De commissie zal geen individuele belangen behartigen. Indien een medewerker zich niet kan vinden in de toedeling van het werk dan kan hij of zij zich in eerste instantie wenden tot zijn/haar afdelingshoofd of directeur en de DG in tweede instantie. Indien dit niet leidt tot een bevredigend resultaat voor de medewerker dan kan hij/zij zijn onvrede kenbaar maken aan de directeur OBP en/of de OR. In geval er op grond van signalen vanuit directeur OBP en/of de OR sprake lijkt te zijn van problematiek die meer structureel van karakter is, zal de matchingscommissie hierover benaderd worden door directeur OBP en/of de OR. De matchingscommissie zal hierover in gesprek gaan met de DG en zonodig de SG informeren.
b. De betreffende DG kan door de matchingscommissie worden gehoord.
a. Wanneer een selectiecommissie alle VWS-kandidaten (incl. VWS herplaatsingskandidaten) afwijst en verzoekt extern te mogen werven, kan de directeur OBP, vooral als sprake lijkt te zijn van problematiek die meer structureel van karakter is, besluiten de gevolgde werving- en selectieprocedure ter beoordeling voor te leggen aan de matchingscommissie. De directeur OBP neemt een dergelijk besluit na hiertoe overleg te hebben gepleegd met de HRM-adviseur van het betrokken dienstonderdeel.
b. Mocht de matchingscommissie van oordeel zijn dat de selectiecommissie niet tot het oordeel had kunnen/mogen komen dat één of meer VWS-kandidaten voor meer dan 30% ongeschikt zijn, dan zal zij hierover de vacaturehouder dwingend adviseren;
c. De vacaturehouder beslist in overeenstemming met het advies;
d. In geval er sprake lijkt te zijn van problematiek die meer structureel van karakter is, zal de matchingscommissie daarover in gesprek gaan met de vacaturehoudende DG en zonodig de SG informeren.
2. Ten aanzien van flexibele werktoedeling:
a. De commissie zal geen individuele belangen behartigen. Indien een medewerker zich niet kan vinden in de toedeling van het werk dan kan hij of zij zich in eerste instantie wenden tot zijn/haar afdelingshoofd of directeur en de DG in tweede instantie. Indien dit niet leidt tot een bevredigend resultaat voor de medewerker dan kan hij/zij zijn onvrede kenbaar maken aan de directeur OBP en/of de OR. In geval er op grond van signalen vanuit directeur OBP en/of de OR sprake lijkt te zijn van problematiek die meer structureel van karakter is, zal de matchingscommissie hierover benaderd worden door directeur OBP en/of de OR. De matchingscommissie zal hierover in gesprek gaan met de DG en zonodig de SG informeren.
b. De betreffende DG kan door de matchingscommissie worden gehoord.