BWBR0024972
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 10
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directeur-generaal Participatie en Inkomenswaarborg 2009
1. De directeuren, alsmede het bureauhoofd kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft:
a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van manager-medewerker gesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen directeuren en het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, secretariaat en begroting-P&I, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.
3. De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.
4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheden van het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, secretariaat en begroting-P&I, voor zover zij verband houden met de verantwoordelijkheden ten behoeve van de eigen afdeling. In afwijking hiervan kan het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, secretariaat en begroting-P&I de volgende bevoegdheden, voor zover zij verband houden met de verantwoordelijkheden ten behoeve van de directeur-generaal, de directeuren en het bureauhoofd, doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen:
a. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de levering van goederen en diensten die voortvloeien uit een door de directie Bedrijfsvoering afgesloten raamovereenkomst;
b. het afsluiten van koop-, huur- en leaseovereenkomsten met een waarde van ten hoogste € 15.000,– per overeenkomst.
a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van manager-medewerker gesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen directeuren en het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, secretariaat en begroting-P&I, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.
3. De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.
4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheden van het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, secretariaat en begroting-P&I, voor zover zij verband houden met de verantwoordelijkheden ten behoeve van de eigen afdeling. In afwijking hiervan kan het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, secretariaat en begroting-P&I de volgende bevoegdheden, voor zover zij verband houden met de verantwoordelijkheden ten behoeve van de directeur-generaal, de directeuren en het bureauhoofd, doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen:
a. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de levering van goederen en diensten die voortvloeien uit een door de directie Bedrijfsvoering afgesloten raamovereenkomst;
b. het afsluiten van koop-, huur- en leaseovereenkomsten met een waarde van ten hoogste € 15.000,– per overeenkomst.