BWBR0024956
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 11
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009
De directeur-generaal Werk is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onderdeel d. Het werkterrein van de directeur-generaal Werk omvat in brede zin:
a. de algemeen-economische beleidsontwikkeling en het inkomensbeleid;
b. het beleid met betrekking tot de bestrijding en preventie van arbeidsrisico's en ziekteverzuim;
c. de wijze waarop arbeidsvoorwaarden worden vormgegeven (CAO’s, algemeen verbindend verklaren, medezeggenschap);
d. arbeidsmigratie;
e. de kaders voor de vormgeving van enkele specifieke arbeidsvoorwaarden (pensioenen, levensloop, arbeid en zorg);
f. de strategievorming op het brede SZW-beleidsterrein;
g. de departementale coördinatie van het internationale beleid en het uitdragen van en onderhandelen over de Nederlandse standpunten in multilateraal en bilateraal verband;
h. de coördinatie van de advisering rond budgettaire en ordeningsvraagstukken in de collectieve sector, voor zover dit buiten het Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt-kader valt;
i. de wijze waarop werkenden beschermd, behandeld en toegerust worden (arbeidsrecht, gelijke behandeling en diversiteit);
j. het kinderopvangbeleid;
k. het vervullen van de rol van opdrachtgever van de uitvoeringsorganisaties van het ministerie.
a. de algemeen-economische beleidsontwikkeling en het inkomensbeleid;
b. het beleid met betrekking tot de bestrijding en preventie van arbeidsrisico's en ziekteverzuim;
c. de wijze waarop arbeidsvoorwaarden worden vormgegeven (CAO’s, algemeen verbindend verklaren, medezeggenschap);
d. arbeidsmigratie;
e. de kaders voor de vormgeving van enkele specifieke arbeidsvoorwaarden (pensioenen, levensloop, arbeid en zorg);
f. de strategievorming op het brede SZW-beleidsterrein;
g. de departementale coördinatie van het internationale beleid en het uitdragen van en onderhandelen over de Nederlandse standpunten in multilateraal en bilateraal verband;
h. de coördinatie van de advisering rond budgettaire en ordeningsvraagstukken in de collectieve sector, voor zover dit buiten het Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt-kader valt;
i. de wijze waarop werkenden beschermd, behandeld en toegerust worden (arbeidsrecht, gelijke behandeling en diversiteit);
j. het kinderopvangbeleid;
k. het vervullen van de rol van opdrachtgever van de uitvoeringsorganisaties van het ministerie.