1. Voor zover nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze plaats overeenkomstig de regelingen, bedoeld in de artikelen I tot en met VI, met dien verstande dat:
a. de in de regelingen opgenomen verplichting tot het overleggen van een accountantsverklaring geldt voor subsidies van € 125.000 of meer per subsidie-ontvanger of, indien de subsidie-ontvanger een samenwerkingsverband is, per deelnemer in een samenwerkingsverband, en
b. verzoeken om vaststelling van de subsidie kunnen worden ingediend met gebruik van het in de bijlage bij de regeling opgenomen formulier.
2. De onderdelen a en b van het eerste lid gelden niet voor de regelingen bedoeld in:
– artikel I, onderdelen a tot en met d;
– artikel II, onderdeel d;
– artikel V, onderdelen b, k, l en m;
– artikel VI, onderdelen c, d, j, z en bb.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid, blijven bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in de artikelen I tot en met VI, in stand.
4. Indien innovatievouchers op basis van de
artikelen 2, eerste lid, of
3, eerste lid van de Subsidieregeling innovatievoucherszijn afgegeven voor de inwerkingtreding van deze regeling en deze vouchers nog niet zijn ingediend, blijft de
Subsidieregeling innovatievouchersvan toepassing voor de indiening van deze innovatievouchers.
5. Voor zover na 1 januari 2009 in subsidieregelingen wordt verwezen naar de
Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten, worden deze verwijzingen geacht te zijn naar de
Experimentele Kaderregelingzoals die luidde voor 1 januari 2009.
5. De benoemingen van de leden van de adviescommissies genoemd in kolom 1 krachtens de in kolom 2 genoemde subsidieregelingen en de in kolom 3 genoemde artikelen, gelden als benoemingen tot lid van de adviescommissies genoemd in kolom 4 krachtens de in kolom 5 genoemde subsidieregelingen en de in kolom 6 genoemde artikelen.
[tabel]