BWBR0019805
Geldig vanaf 2008-03-20
Artikel 2
Subsidieregeling innovatievouchers
1. De minister verstrekt op aanvraag een grote innovatievoucher aan een ondernemer, die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die een kennisoverdrachtproject wil laten uitvoeren waarvan de resultaten ten goede komen aan de activiteiten die de ondernemer in Nederland verricht.
2. Per ondernemer kan per kalenderjaar één grote innovatievoucher worden verstrekt.
3. Geen grote innovatievoucher wordt verstrekt aan een ondernemer:
a. aan wie door een of meer bestuursorganen in de drie aan de aanvraag voorafgaande jaren reeds tot een hoger bedrag subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen dan voor de sector waartoe de betrokken onderneming behoort is vastgesteld in de Verordeningen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun;
b. die failliet is verklaard, aan wie surséance van betaling is verleend, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, of voor wie een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
c. die reeds eerder een aanvraag om verstrekking van een grote of kleine innovatievoucher heeft gedaan waarop de minister nog geen beschikking heeft afgegeven als bedoeld in artikel 6.
4. Indien het voor de betrokken ondernemer geldende de-minimisplafond, bedoeld in onderdeel a van het derde lid, niet al is bereikt door andere subsidies, wordt het bedrag dat gelet op dat plafond ten hoogste met inzet van de voucher kan worden vergoed, op de voucher vermeld.
2. Per ondernemer kan per kalenderjaar één grote innovatievoucher worden verstrekt.
3. Geen grote innovatievoucher wordt verstrekt aan een ondernemer:
a. aan wie door een of meer bestuursorganen in de drie aan de aanvraag voorafgaande jaren reeds tot een hoger bedrag subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen dan voor de sector waartoe de betrokken onderneming behoort is vastgesteld in de Verordeningen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun;
b. die failliet is verklaard, aan wie surséance van betaling is verleend, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, of voor wie een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
c. die reeds eerder een aanvraag om verstrekking van een grote of kleine innovatievoucher heeft gedaan waarop de minister nog geen beschikking heeft afgegeven als bedoeld in artikel 6.
4. Indien het voor de betrokken ondernemer geldende de-minimisplafond, bedoeld in onderdeel a van het derde lid, niet al is bereikt door andere subsidies, wordt het bedrag dat gelet op dat plafond ten hoogste met inzet van de voucher kan worden vergoed, op de voucher vermeld.