BWBR0024884
Geldig vanaf 2010-06-25
Artikel 3.2
Subsidieregeling sterktes in de regio
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een ondernemer die in een in bijlage 3.1genoemde gemeente of deel van een gemeente een van de volgende soorten projecten tot stand brengt:
a. een vestigingsproject;
b. een fundamenteel wijzigingsproject waarvan de subsidiabele kosten € 45 000 000 of meer bedragen;
c. een strategisch uitbreidingsproject waarvan de subsidiabele kosten € 13 500 000 of meer bedragen.
2. De minister verstrekt voorts op aanvraag subsidie aan de ondernemer die in een in bijlage 3.2genoemde gemeente of deel van een gemeente een van de volgende projecten tot stand brengt:
a. een vestigingsproject waarvan de subsidiabele kosten € 13 500 000 of meer bedragen;
b. een strategisch uitbreidingsproject waarvan de subsidiabele kosten € 13 500 000 of meer bedragen.
3. Ondernemingen die van de toepassing van dit hoofdstuk zijn uitgesloten zijn ondernemingen die behoren tot:
a. sectoren van de productie van landbouwproducten als bedoeld in bijlage 1 van het EU-verdrag;
b. sectoren van de productie en het in de handel brengen van producten bedoeld om melk en zuivelproducten te imiteren en te vervangen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1898/87;
c. de visserij;
d. de scheepsbouwsector;
e. de kolenindustrie;
f. de ijzer- en staalindustrie;
g. de synthetische-vezelindustrie.
a. een vestigingsproject;
b. een fundamenteel wijzigingsproject waarvan de subsidiabele kosten € 45 000 000 of meer bedragen;
c. een strategisch uitbreidingsproject waarvan de subsidiabele kosten € 13 500 000 of meer bedragen.
2. De minister verstrekt voorts op aanvraag subsidie aan de ondernemer die in een in bijlage 3.2genoemde gemeente of deel van een gemeente een van de volgende projecten tot stand brengt:
a. een vestigingsproject waarvan de subsidiabele kosten € 13 500 000 of meer bedragen;
b. een strategisch uitbreidingsproject waarvan de subsidiabele kosten € 13 500 000 of meer bedragen.
3. Ondernemingen die van de toepassing van dit hoofdstuk zijn uitgesloten zijn ondernemingen die behoren tot:
a. sectoren van de productie van landbouwproducten als bedoeld in bijlage 1 van het EU-verdrag;
b. sectoren van de productie en het in de handel brengen van producten bedoeld om melk en zuivelproducten te imiteren en te vervangen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1898/87;
c. de visserij;
d. de scheepsbouwsector;
e. de kolenindustrie;
f. de ijzer- en staalindustrie;
g. de synthetische-vezelindustrie.