BWBR0024828
Geldig vanaf 2008-12-13
Artikel 6
Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties VTS-operator
1. Indien de aanvrager voor een proeve van bekwaamheid in aanmerking wenst te komen, stelt de voorzitter van de landelijke examencommissie in overeenstemming met de voorzitter van de regionale examencommissie van de regio waarvoor de aanvraag is ingediend vast:
a. overeenkomstig welke examenvakken en daarbij behorende eisen, genoemd in hoofdstuk 3, paragraaf 1 en 3 van de regeling wat betreft het landelijke examen en, wat betreft het regionale examen, afhankelijk van de regio waarop de aanvraag betrekking heeft, hoofdstuk 4, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5, of 6 van de regeling, de proeve wordt afgelegd;
b. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de examinering van de diverse vakken zal geschieden; en
c. de aan de proeve van bekwaamheid verbonden kosten.
2. De proeve van bekwaamheid wordt wanneer deze betrekking heeft op examenvakken van het landelijk examen, afgenomen door ten minste twee examinatoren van de landelijke examencommissie, en wanneer deze betrekking heeft op examenvakken van een regionaal examen, door ten minste twee examinatoren van de regionale examencommissie van de regio waarvoor de aanvraag is ingediend. De artikelen 10 tot en met 22 van de regelingzijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
a. overeenkomstig welke examenvakken en daarbij behorende eisen, genoemd in hoofdstuk 3, paragraaf 1 en 3 van de regeling wat betreft het landelijke examen en, wat betreft het regionale examen, afhankelijk van de regio waarop de aanvraag betrekking heeft, hoofdstuk 4, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5, of 6 van de regeling, de proeve wordt afgelegd;
b. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de examinering van de diverse vakken zal geschieden; en
c. de aan de proeve van bekwaamheid verbonden kosten.
2. De proeve van bekwaamheid wordt wanneer deze betrekking heeft op examenvakken van het landelijk examen, afgenomen door ten minste twee examinatoren van de landelijke examencommissie, en wanneer deze betrekking heeft op examenvakken van een regionaal examen, door ten minste twee examinatoren van de regionale examencommissie van de regio waarvoor de aanvraag is ingediend. De artikelen 10 tot en met 22 van de regelingzijn daarbij van overeenkomstige toepassing.