BWBR0024797
Geldig vanaf 2008-12-06
Artikel 3
Regeling tegemoetkoming rechtskundige hulp politie
1. De ambtenaar dient een aanvraag om een tegemoetkoming schriftelijk in bij het bevoegd gezag. De aanvraag wordt ondertekend en bevat:
a. de naam en het adres van de ambtenaar;
b. de dagtekening;
c. de reden van de aanvraag om een tegemoetkoming en een omschrijving van de gebeurtenis die aanleiding is voor de aanvraag;
d. zo mogelijk andere relevante stukken.
2. Voor een tegemoetkoming met betrekking tot hoger beroep of cassatie dient de ambtenaar een afzonderlijke aanvraag in. Bij de toekenning van de tegemoetkoming die betrekking heeft op de procedure in eerste aanleg wijst het bevoegd gezag de ambtenaar hier op.
3. Het bevoegd gezag beslist zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
4. Het bevoegd gezag overweegt in zijn besluit of:
– het handelen of nalaten van de ambtenaar, dat de aanleiding vormt tot het strafrechtelijk onderzoek, dan wel de aansprakelijkheidstelling naar burgerlijk recht, een gevolg is van de uitvoering van de werkzaamheden;
– de ambtenaar opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld;
– de ambtenaar grof nalatig is geweest;
5. Indien de ambtenaar een vordering instelt op grond van onrechtmatige daad overweegt het bevoegd gezag in zijn besluit of:
– de onrechtmatige daad jegens de ambtenaar gepleegd is wegens de uitoefening van de werkzaamheden;
– de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is.
6. Indien een derde respectievelijk het openbaar ministerie hoger beroep dan wel cassatie instelt in de zaak waarvoor het bevoegd gezag de ambtenaar eerder voor een tegemoetkoming in aanmerking heeft laten komen, verleent het bevoegd gezag de ambtenaar op diens melding ambtshalve opnieuw een tegemoetkoming.
a. de naam en het adres van de ambtenaar;
b. de dagtekening;
c. de reden van de aanvraag om een tegemoetkoming en een omschrijving van de gebeurtenis die aanleiding is voor de aanvraag;
d. zo mogelijk andere relevante stukken.
2. Voor een tegemoetkoming met betrekking tot hoger beroep of cassatie dient de ambtenaar een afzonderlijke aanvraag in. Bij de toekenning van de tegemoetkoming die betrekking heeft op de procedure in eerste aanleg wijst het bevoegd gezag de ambtenaar hier op.
3. Het bevoegd gezag beslist zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
4. Het bevoegd gezag overweegt in zijn besluit of:
– het handelen of nalaten van de ambtenaar, dat de aanleiding vormt tot het strafrechtelijk onderzoek, dan wel de aansprakelijkheidstelling naar burgerlijk recht, een gevolg is van de uitvoering van de werkzaamheden;
– de ambtenaar opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld;
– de ambtenaar grof nalatig is geweest;
5. Indien de ambtenaar een vordering instelt op grond van onrechtmatige daad overweegt het bevoegd gezag in zijn besluit of:
– de onrechtmatige daad jegens de ambtenaar gepleegd is wegens de uitoefening van de werkzaamheden;
– de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is.
6. Indien een derde respectievelijk het openbaar ministerie hoger beroep dan wel cassatie instelt in de zaak waarvoor het bevoegd gezag de ambtenaar eerder voor een tegemoetkoming in aanmerking heeft laten komen, verleent het bevoegd gezag de ambtenaar op diens melding ambtshalve opnieuw een tegemoetkoming.