BWBR0024795
Geldig vanaf 2008-12-06
Artikel 2.1.3
Uitvoeringsregeling WEB 2007
De instituten, bedoeld in artikel 2.1.1, nemen voor de beroepsopleidingen verzorgd aan die instituten in acht hetgeen bij of krachtens de wetis bepaald ten aanzien van:
a. de taken van de instellingen ten aanzien van het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.3.5 van de wet;
b. de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6 van de wet;
c. de contractactiviteiten, bedoeld in artikel 1.7.1 van de wet;
d. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 2.3.6a en artikel 2.3.6d van de wet;
e. het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 van de wet;
f. de voorschriften betreffende het personeel van de instellingen, bedoeld in de titels 1 en 2 van hoofdstuk 4 van de wet;
g. de voorschriften betreffende ontneming van rechten ten aanzien van bestaand onderwijsaanbod, bedoeld in artikel 6.1.4 van de wet, ten aanzien van de ontneming van het recht op examinering van een beroepsopleiding, bedoeld in artikel 6.1.5b van de wet en ten aanzien van onthouding van rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijs uit oogpunt van kwaliteit of niet naleving wettelijke voorschriften, bedoeld in artikel 6.1.6 van de wet;
h. de voorschriften betreffende de beëindiging van registratie van beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.4.4 van de wet;
i. het onderwijs en de examens betreffende het beroepsonderwijs, bedoeld in hoofdstuk 7 van de wet, met dien verstande dat bij de toepassing van: 1. artikel 7.2.8 van de wet het bevoegd gezag van een instituut tevens met het oog op de handicap van de student nadere regels kan vaststellen ten aanzien van de beroepspraktijkvorming;
2. het eerste lid van artikel 7.4.2 van de wet het bevoegd gezag van een instituut er tevens zorg voor draagt dat bij het afleggen van het examen rekening wordt gehouden met de aard van de handicap van de student;
1. artikel 7.2.8 van de wet het bevoegd gezag van een instituut tevens met het oog op de handicap van de student nadere regels kan vaststellen ten aanzien van de beroepspraktijkvorming;
2. het eerste lid van artikel 7.4.2 van de wet het bevoegd gezag van een instituut er tevens zorg voor draagt dat bij het afleggen van het examen rekening wordt gehouden met de aard van de handicap van de student;
j. de rechtsbescherming van de student, bedoeld in titel 5 van hoofdstuk 7 van de wet;
k. de inschrijving, de vooropleidingseisen en de voorschriften inzake voortijdig schoolverlaten van hoofdstuk 8 van de wet, met dien verstande dat bij de toepassing van artikel 8.1.3, derde lid, van de wet tevens de wederzijdse rechten en verplichtingen van het instituut en de student die voortvloeien uit de specifieke handicap van de student, worden opgenomen;
l. de opneming in het Centraal register;
m. de voorschriften inzake bestuur en bestuursoverdracht, bedoeld in de artikelen 2.1.3, derde lid, 2.1.5 en 2.1.6 van de wet; en
n. de hoofdstukken 10 en 11 van de wet.
a. de taken van de instellingen ten aanzien van het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.3.5 van de wet;
b. de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6 van de wet;
c. de contractactiviteiten, bedoeld in artikel 1.7.1 van de wet;
d. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 2.3.6a en artikel 2.3.6d van de wet;
e. het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 van de wet;
f. de voorschriften betreffende het personeel van de instellingen, bedoeld in de titels 1 en 2 van hoofdstuk 4 van de wet;
g. de voorschriften betreffende ontneming van rechten ten aanzien van bestaand onderwijsaanbod, bedoeld in artikel 6.1.4 van de wet, ten aanzien van de ontneming van het recht op examinering van een beroepsopleiding, bedoeld in artikel 6.1.5b van de wet en ten aanzien van onthouding van rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijs uit oogpunt van kwaliteit of niet naleving wettelijke voorschriften, bedoeld in artikel 6.1.6 van de wet;
h. de voorschriften betreffende de beëindiging van registratie van beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.4.4 van de wet;
i. het onderwijs en de examens betreffende het beroepsonderwijs, bedoeld in hoofdstuk 7 van de wet, met dien verstande dat bij de toepassing van: 1. artikel 7.2.8 van de wet het bevoegd gezag van een instituut tevens met het oog op de handicap van de student nadere regels kan vaststellen ten aanzien van de beroepspraktijkvorming;
2. het eerste lid van artikel 7.4.2 van de wet het bevoegd gezag van een instituut er tevens zorg voor draagt dat bij het afleggen van het examen rekening wordt gehouden met de aard van de handicap van de student;
1. artikel 7.2.8 van de wet het bevoegd gezag van een instituut tevens met het oog op de handicap van de student nadere regels kan vaststellen ten aanzien van de beroepspraktijkvorming;
2. het eerste lid van artikel 7.4.2 van de wet het bevoegd gezag van een instituut er tevens zorg voor draagt dat bij het afleggen van het examen rekening wordt gehouden met de aard van de handicap van de student;
j. de rechtsbescherming van de student, bedoeld in titel 5 van hoofdstuk 7 van de wet;
k. de inschrijving, de vooropleidingseisen en de voorschriften inzake voortijdig schoolverlaten van hoofdstuk 8 van de wet, met dien verstande dat bij de toepassing van artikel 8.1.3, derde lid, van de wet tevens de wederzijdse rechten en verplichtingen van het instituut en de student die voortvloeien uit de specifieke handicap van de student, worden opgenomen;
l. de opneming in het Centraal register;
m. de voorschriften inzake bestuur en bestuursoverdracht, bedoeld in de artikelen 2.1.3, derde lid, 2.1.5 en 2.1.6 van de wet; en
n. de hoofdstukken 10 en 11 van de wet.