BWBR0024784
Geldig vanaf 2008-12-05
Artikel 2
Regeling vergoeding schade persoonlijk eigendom
1. Het bevoegd gezag vergoedt schade aan persoonlijk eigendom van de ambtenaar die hij buiten zijn schuld lijdt ten gevolge van de uitoefening van zijn dienst, voor zover die schade niet bestaat uit de normale slijtage van die goederen en de ambtenaar niet op andere wijze aanspraak kan maken op geheel of gedeeltelijke vergoeding van de geleden schade.
2. In het geval dat persoonlijke eigendom wordt beschadigd tijdens woon-werkverkeer of buiten diensttijd, bestaat alleen aanspraak op een schadevergoeding indien er sprake is van een rechtstreeks verband met de dienstuitoefening.
3. Indien de schade is veroorzaakt door opzettelijk onrechtmatige dan wel opzettelijk wederrechtelijke of bewust roekeloze handelingen door de ambtenaar of indien de schade is veroorzaakt door grove nalatigheid van de ambtenaar, bestaat er geen aanspraak op schadevergoeding.
2. In het geval dat persoonlijke eigendom wordt beschadigd tijdens woon-werkverkeer of buiten diensttijd, bestaat alleen aanspraak op een schadevergoeding indien er sprake is van een rechtstreeks verband met de dienstuitoefening.
3. Indien de schade is veroorzaakt door opzettelijk onrechtmatige dan wel opzettelijk wederrechtelijke of bewust roekeloze handelingen door de ambtenaar of indien de schade is veroorzaakt door grove nalatigheid van de ambtenaar, bestaat er geen aanspraak op schadevergoeding.