BWBR0024713
Geldig vanaf 01-10-2002
Artikel 6
Regeling beoordeling centraal examen
1. Indien de examinator of de gecommitteerde meent dat in een toets of in het beoordelingsmodel bij die toets een fout of onvolkomenheid zit, beoordeelt hij het werk van de kandidaten alsof toets en beoordelingsmodel juist zijn.
2. Degene die in de toets of het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid meent te hebben geconstateerd kan deze fout aan de CEVO meedelen.
3. Deze mededeling wordt voorgelegd aan de desbetreffende vaksectie, en indien deze de mededeling als juist aanmerkt, kan de vaksectie de voorzitter adviseren een beslissing op grond van artikel 9 te nemen.
4. Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsschema. Met een eventuele fout wordt bij de bepaling van het cijfer voor het centraal examen zoals bedoeld in artikel 12.
2. Degene die in de toets of het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid meent te hebben geconstateerd kan deze fout aan de CEVO meedelen.
3. Deze mededeling wordt voorgelegd aan de desbetreffende vaksectie, en indien deze de mededeling als juist aanmerkt, kan de vaksectie de voorzitter adviseren een beslissing op grond van artikel 9 te nemen.
4. Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsschema. Met een eventuele fout wordt bij de bepaling van het cijfer voor het centraal examen zoals bedoeld in artikel 12.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024713
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl