BWBR0024696
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 8
Examenreglement buitengewoon opsporingsambtenaar 2009
1. Kandidaten dienen 15 minuten voor aanvang van het examen aanwezig te zijn.
2. Voor de aanvang van het examen ontvangen de kandidaten mondeling instructie van de toezichthouder in het testcentrum.
3. Het examen vangt aan nadat door de toezichthouder het startsein hiervoor is gegeven en betreffende computers zijn vrijgegeven voor bediening.
4. Tijdens de afname van het examen worden aan de kandidaten geen mededelingen gedaan aangaande de examenopgaven, van welke aard dan ook.
5. De toezichthouder draagt zorg voor de controle van de oproep voor het examen en van een geldig legitimatiebewijs ten name van de kandidaat. Als geldig legitimatiebewijs worden uitsluitend de volgende documenten toegestaan: paspoort, een rijbewijs, een toeristenkaart, een Europese of Nederlandse identiteitskaart waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken. Een kandidaat die geen oproep en/of geldig legitimatiebewijs kan tonen, wordt (verdere) deelname aan het examen ontzegd en dient de examenlocatie te verlaten.
6. Gedurende het examen is het kandidaten niet geoorloofd:
a. zonder toestemming van de toezichthouder de examenlocatie te verlaten;
b. andere dan volgens de kandidaatsinstructie toegestane materialen en/of hulpmiddelen te gebruiken.
7. Een kandidaat die te laat komt, wordt uiterlijk tot 30 minuten na aanvang van een examenonderdeel tot de examenlocatie toegelaten.
8. Een kandidaat die de examenlokaliteit tussentijds wil verlaten met het doel om na terugkeer het examen te hervatten, meldt dit door handopheffing. Na toestemming van de toezichthouder mag de kandidaat de examenlocatie verlaten.
9. Op ieder moment is het tot op het moment van afsluiting van het examenonderdeel, voor de kandidaat mogelijk elke vraag met de gegeven antwoorden van het door hem af te leggen/afgelegde examenonderdeel terug te zien en het antwoord te wijzigen.
10. Na het beantwoorden van alle vragen moet de kandidaat de gegeven antwoorden definitief maken door het examenonderdeel af te sluiten.
11. Na afsluiting van het examen(onderdeel) wordt op het scherm van betreffende kandidaat een ‘voorlopige uitslag’ van het digitaal examen getoond. Aan de voorlopige uitslag kunnen geen rechten worden ontleend.
2. Voor de aanvang van het examen ontvangen de kandidaten mondeling instructie van de toezichthouder in het testcentrum.
3. Het examen vangt aan nadat door de toezichthouder het startsein hiervoor is gegeven en betreffende computers zijn vrijgegeven voor bediening.
4. Tijdens de afname van het examen worden aan de kandidaten geen mededelingen gedaan aangaande de examenopgaven, van welke aard dan ook.
5. De toezichthouder draagt zorg voor de controle van de oproep voor het examen en van een geldig legitimatiebewijs ten name van de kandidaat. Als geldig legitimatiebewijs worden uitsluitend de volgende documenten toegestaan: paspoort, een rijbewijs, een toeristenkaart, een Europese of Nederlandse identiteitskaart waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken. Een kandidaat die geen oproep en/of geldig legitimatiebewijs kan tonen, wordt (verdere) deelname aan het examen ontzegd en dient de examenlocatie te verlaten.
6. Gedurende het examen is het kandidaten niet geoorloofd:
a. zonder toestemming van de toezichthouder de examenlocatie te verlaten;
b. andere dan volgens de kandidaatsinstructie toegestane materialen en/of hulpmiddelen te gebruiken.
7. Een kandidaat die te laat komt, wordt uiterlijk tot 30 minuten na aanvang van een examenonderdeel tot de examenlocatie toegelaten.
8. Een kandidaat die de examenlokaliteit tussentijds wil verlaten met het doel om na terugkeer het examen te hervatten, meldt dit door handopheffing. Na toestemming van de toezichthouder mag de kandidaat de examenlocatie verlaten.
9. Op ieder moment is het tot op het moment van afsluiting van het examenonderdeel, voor de kandidaat mogelijk elke vraag met de gegeven antwoorden van het door hem af te leggen/afgelegde examenonderdeel terug te zien en het antwoord te wijzigen.
10. Na het beantwoorden van alle vragen moet de kandidaat de gegeven antwoorden definitief maken door het examenonderdeel af te sluiten.
11. Na afsluiting van het examen(onderdeel) wordt op het scherm van betreffende kandidaat een ‘voorlopige uitslag’ van het digitaal examen getoond. Aan de voorlopige uitslag kunnen geen rechten worden ontleend.