BWBR0024654
Geldig vanaf 2008-10-31
Artikel 8
Regeling voor het verstrekken van een stimuleringssubsidie Passend onderwijs 2008–2011
1. De Minister beslist binnen acht weken na indiening bij de Dienst Uitvoering Onderwijs over de subsidieaanvraag.
2. De stimuleringssubsidie, bedoeld in artikel 2, wordt in één betaaltermijn overgemaakt op de eerstvolgende wettelijke betaaltermijn na de datum waarop de beschikking is afgegeven.
3. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 3, dient een aanvraag tot subsidievaststelling in binnen drie maanden na het beëindigen van de activiteiten, doch uiterlijk 1 november van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend.
4. Ten behoeve van de vaststelling van de subsidie wordt een verslag van de activiteiten ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs onder vermelding van ‘Passend onderwijs’.
5. Het verslag van de activiteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.
6. Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan en de feitelijke realisatie.
7. De financiële verantwoording wordt meegenomen in de jaarrekening van de subsidieontvanger.
8. Indien de activiteit niet is gestart, aanzienlijk wordt vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, informeert de subsidieontvanger de Minister direct hierover.
9. Indien aan één van de verplichtingen van deze regeling niet wordt voldaan, kan het bedrag geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
10. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.
2. De stimuleringssubsidie, bedoeld in artikel 2, wordt in één betaaltermijn overgemaakt op de eerstvolgende wettelijke betaaltermijn na de datum waarop de beschikking is afgegeven.
3. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 3, dient een aanvraag tot subsidievaststelling in binnen drie maanden na het beëindigen van de activiteiten, doch uiterlijk 1 november van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend.
4. Ten behoeve van de vaststelling van de subsidie wordt een verslag van de activiteiten ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs onder vermelding van ‘Passend onderwijs’.
5. Het verslag van de activiteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.
6. Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan en de feitelijke realisatie.
7. De financiële verantwoording wordt meegenomen in de jaarrekening van de subsidieontvanger.
8. Indien de activiteit niet is gestart, aanzienlijk wordt vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, informeert de subsidieontvanger de Minister direct hierover.
9. Indien aan één van de verplichtingen van deze regeling niet wordt voldaan, kan het bedrag geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
10. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.