BWBR0024554
Geldig vanaf 2008-10-05
Artikel 5
Subsidieregeling PGO
1. Voor de aanvraag van een verlening of vaststelling van een subsidie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.
2. De ontvanger van een subsidie zorgt ervoor dat de onafhankelijke besturing van de instelling en de onafhankelijke uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten aantoonbaar is gewaarborgd.
3. De ontvanger van een subsidie waarvan de hoogte wordt bepaald of mede wordt bepaald door het aantal leden of donateurs, voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde het aantal leden en donateurs kan worden nagegaan.
4. Indien een projectsubsidie is verleend voor een periode die zich uitstrekt over meer dan één kalenderjaar dient de instelling binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar in die projectperiode een tussentijdse rapportage bij de Minister in over de voortgang van het project. Voor de tussentijdse rapportage wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt. De tussentijdse rapportage hoeft niet te worden ingediend over het laatste kalenderjaar van de projectperiode.
2. De ontvanger van een subsidie zorgt ervoor dat de onafhankelijke besturing van de instelling en de onafhankelijke uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten aantoonbaar is gewaarborgd.
3. De ontvanger van een subsidie waarvan de hoogte wordt bepaald of mede wordt bepaald door het aantal leden of donateurs, voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde het aantal leden en donateurs kan worden nagegaan.
4. Indien een projectsubsidie is verleend voor een periode die zich uitstrekt over meer dan één kalenderjaar dient de instelling binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar in die projectperiode een tussentijdse rapportage bij de Minister in over de voortgang van het project. Voor de tussentijdse rapportage wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt. De tussentijdse rapportage hoeft niet te worden ingediend over het laatste kalenderjaar van de projectperiode.