BWBR0024549
Geldig vanaf 2009-03-24
Artikel 3
Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009
1. Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, van de regelingkunnen worden ingediend door:
a. landbouwondernemingen die overwegen om te schakelen naar de biologische productiemethode, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode, die in omschakeling zijn of die reeds omgeschakeld zijn naar die biologische productiemethode;
b. landbouwondernemingen werkzaam in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenen-, of konijnenhouderij.
2. Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling, kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die in liquiditeitsproblemen verkeren.
3. De aanvragen worden ingediend:
a. voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in de periode van 2 januari tot en met 30 november 2009;
b. voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in de periode van 1 april tot en met 15 mei 2009;
c. voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het tweede lid, in de periode van 2 november tot en met 31 december 2009.
a. landbouwondernemingen die overwegen om te schakelen naar de biologische productiemethode, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode, die in omschakeling zijn of die reeds omgeschakeld zijn naar die biologische productiemethode;
b. landbouwondernemingen werkzaam in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenen-, of konijnenhouderij.
2. Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling, kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die in liquiditeitsproblemen verkeren.
3. De aanvragen worden ingediend:
a. voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in de periode van 2 januari tot en met 30 november 2009;
b. voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in de periode van 1 april tot en met 15 mei 2009;
c. voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het tweede lid, in de periode van 2 november tot en met 31 december 2009.