BWBR0024456
Geldig vanaf 2008-09-11
Artikel 1.1
Tijdelijke stimuleringsregeling EVC en maatwerktrajecten werkend leren in het HBO 2008
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. EVC: erkennen van verworven competenties;
b. verworven competenties: door werkervaring of op andere wijze verworven kennis, vaardigheden en competenties;
c. EVC-procedure: geheel van processtappen en gehanteerde instrumenten waarmee de verworven competenties van deelnemers worden beoordeeld ten opzichte van een specifieke landelijke standaard;
d. EVC-rapportage: rapportage – conform de kwaliteitscode EVC – waarin de beoordeling van de competenties van een individuele EVC-deelnemer wordt weergegeven en waarin diens competenties afgezet worden tegen een landelijke standaard;
e. EVC-traject: traject dat een individuele deelnemer doorloopt, waarin een EVC-procedure wordt gehanteerd en dat wordt afgesloten met een EVC rapportage;
f. EVC-voorziening: geheel aan EVC-procedures en EVC-expertise van een hogeschool;
g. EVC-expertise: deskundigheid binnen een hogeschool, die noodzakelijk is om EVC-procedures te kunnen uitvoeren volgens de in het convenant kwaliteitscode EVC vastgelegde en in de normering bij de kwaliteitscode EVC uitgewerkte criteria;
h. maatwerktraject werkend leren: opleidingstraject binnen een CROHO-opleiding, dat strekt tot het behalen van een HBO-getuigschrift, waarin op maat aangesloten wordt op de competenties van individuele deelnemers (werkenden en werkzoekenden) en waarin werkend leren centraal staat;
i. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
j. werkend leren: trajecten waarin werken en leren in samenhang gecombineerd worden en elkaar versterken, waarbij het georganiseerde leren zowel op de werkplek als ‘binnenschools’ kan plaatsvinden;
k. werkgever: natuurlijk persoon of rechtspersoon in wiens dienst dan wel voor wie een werknemer arbeid verricht;
l. hogeschool: uit ’s Rijks kas bekostigde hogeschool;
m. opleidingsinfrastructuur: het totale aanbod van opleidingen, de transitiemogelijkheden tussen opleidingen en de wijze waarop de opleidingen worden aangeboden naar vorm, plaats en tijd.
a. EVC: erkennen van verworven competenties;
b. verworven competenties: door werkervaring of op andere wijze verworven kennis, vaardigheden en competenties;
c. EVC-procedure: geheel van processtappen en gehanteerde instrumenten waarmee de verworven competenties van deelnemers worden beoordeeld ten opzichte van een specifieke landelijke standaard;
d. EVC-rapportage: rapportage – conform de kwaliteitscode EVC – waarin de beoordeling van de competenties van een individuele EVC-deelnemer wordt weergegeven en waarin diens competenties afgezet worden tegen een landelijke standaard;
e. EVC-traject: traject dat een individuele deelnemer doorloopt, waarin een EVC-procedure wordt gehanteerd en dat wordt afgesloten met een EVC rapportage;
f. EVC-voorziening: geheel aan EVC-procedures en EVC-expertise van een hogeschool;
g. EVC-expertise: deskundigheid binnen een hogeschool, die noodzakelijk is om EVC-procedures te kunnen uitvoeren volgens de in het convenant kwaliteitscode EVC vastgelegde en in de normering bij de kwaliteitscode EVC uitgewerkte criteria;
h. maatwerktraject werkend leren: opleidingstraject binnen een CROHO-opleiding, dat strekt tot het behalen van een HBO-getuigschrift, waarin op maat aangesloten wordt op de competenties van individuele deelnemers (werkenden en werkzoekenden) en waarin werkend leren centraal staat;
i. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
j. werkend leren: trajecten waarin werken en leren in samenhang gecombineerd worden en elkaar versterken, waarbij het georganiseerde leren zowel op de werkplek als ‘binnenschools’ kan plaatsvinden;
k. werkgever: natuurlijk persoon of rechtspersoon in wiens dienst dan wel voor wie een werknemer arbeid verricht;
l. hogeschool: uit ’s Rijks kas bekostigde hogeschool;
m. opleidingsinfrastructuur: het totale aanbod van opleidingen, de transitiemogelijkheden tussen opleidingen en de wijze waarop de opleidingen worden aangeboden naar vorm, plaats en tijd.