BWBR0024391
Geldig vanaf 2008-09-01
Artikel IV
Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht (uitvoering richtlijn nr. 2005/68/EG betreffende herverzekering)
1. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een gekwalificeerde deelneming houdt in een herverzekeraar als bedoeld in artikel III, beschikt vanaf dat tijdstip van rechtswege over een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, van de wetvoor die deelneming.
2. De houder van de gekwalificeerde deelneming legt binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze wet aan de Nederlandsche Bank over:
a. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de houder van de verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
c. bescheiden waaruit zijn financiële positie en zijn juridische groepsstructuur blijken.
3. Indien het een gekwalificeerde deelneming betreft als bedoeld in artikel 3:97, eerste lid, van de wetzendt de Nederlandsche Bank de gegevens en bescheiden, vergezeld van haar advies, door aan Onze Minister.
4. Tot 10 december 2008 kan de Nederlandsche Bank de ingevolge het eerste lid verkregen verklaring van geen bezwaar niet intrekken.
2. De houder van de gekwalificeerde deelneming legt binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze wet aan de Nederlandsche Bank over:
a. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de houder van de verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
c. bescheiden waaruit zijn financiële positie en zijn juridische groepsstructuur blijken.
3. Indien het een gekwalificeerde deelneming betreft als bedoeld in artikel 3:97, eerste lid, van de wetzendt de Nederlandsche Bank de gegevens en bescheiden, vergezeld van haar advies, door aan Onze Minister.
4. Tot 10 december 2008 kan de Nederlandsche Bank de ingevolge het eerste lid verkregen verklaring van geen bezwaar niet intrekken.