BWBR0024363
Geldig vanaf 2008-08-13
Artikel 4
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Directie Toezicht & Handhaving van het Stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam 2008
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, van dit besluit genoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden bedoeld in:
a. artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering;
b. artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012, vooralsnog voor een periode van twee jaar, hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
a. artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering;
b. artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012, vooralsnog voor een periode van twee jaar, hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.