BWBR0024358
Geldig vanaf 26-07-2008
Artikel 6
Verordening handelsnormen garnalen 2006
1. De voorzitter kan, namens het bestuur, nadere regels vaststellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van:
– de wijze van aanbieden van garnalen, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
– de wijze van melding, bedoeld in artikel 3, derde lid;
– de wijze van controle, bedoeld in artikel 3, vierde en vijfde lid;
– de wijziging van de indeling in de juiste verheids- en grootteklassen door de buitendienstmedewerker, bedoeld in artikel 3, zesde lid;
– de wijze van aanbieden van garnalen voor het ongeschikt maken voor menselijke consumptie, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
– de wijze van denaturatie, bedoeld in artikel 4, tweede lid;
– de aanwijzing van de garnalenzeven, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
2. De voorzitter kan namens het bestuur vrijstelling of ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3 en 4 van deze verordening. Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een verleende vrijstelling of ontheffing kan te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken.
3. Na de inwerkingtreding van deze verordening blijven reeds verleende vrijstellingen of ontheffingen op grond van artikel 7, derde lid, van de Garnalenverordening 2000 van kracht en berusten deze op het tweede lid totdat conform dit lid een nieuw besluit is vastgesteld.
– de wijze van aanbieden van garnalen, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
– de wijze van melding, bedoeld in artikel 3, derde lid;
– de wijze van controle, bedoeld in artikel 3, vierde en vijfde lid;
– de wijziging van de indeling in de juiste verheids- en grootteklassen door de buitendienstmedewerker, bedoeld in artikel 3, zesde lid;
– de wijze van aanbieden van garnalen voor het ongeschikt maken voor menselijke consumptie, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
– de wijze van denaturatie, bedoeld in artikel 4, tweede lid;
– de aanwijzing van de garnalenzeven, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
2. De voorzitter kan namens het bestuur vrijstelling of ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3 en 4 van deze verordening. Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een verleende vrijstelling of ontheffing kan te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken.
3. Na de inwerkingtreding van deze verordening blijven reeds verleende vrijstellingen of ontheffingen op grond van artikel 7, derde lid, van de Garnalenverordening 2000 van kracht en berusten deze op het tweede lid totdat conform dit lid een nieuw besluit is vastgesteld.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024358
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl